Een thuis voor ongeneeslijke botteriken

https://www.flickr.com/photos/danielito311/5847295876/in/photostream/

(Foto credit: 24/52. Emotion, by danielito311/, on Flickr)

Voor de oningewijden, eerst even aanstippen dat mijn titel dienst doet als ode aan het onvolprezen nummer van Roger Waters/Pink Floyd “The Fletcher Memorial Home“. In dit lied neemt Waters de incurable tyrants (ongeneeslijke tirannen) en overgrown infants (uit de kluiten gewassen kleuters) die de wereld leiden op de korrel, en stelt hij in één adem voor om ze allemaal snel weg te moffelen in het in de titel aangehaalde Fletcher Memorial Home. Zodoende zal de maatschappij weer rustig kunnen ademhalen, en kan de mensheid weer vredig verder doen met het beste van zichzelf te geven.

Over naar de academische wereld, die helaas zo nu en dan verdacht veel op een Fletcher Memorial Home lijkt, maar dan voor ongeneeslijke botteriken. Ik heb het dan natuurlijk over de recente uitspraken van Nobelprijswinnaar Sir Tim Hunt over vrouwen in de wetenschap. Even recapituleren wat deze Britse über-wetenschapper zich recent liet ontvallen: “Het probleem met meisjes” in wetenschappelijke laboratoria is “dat je op hen verliefd wordt, en zij verliefd worden op jou, en als je ze bekritiseert, beginnen ze te huilen.”

Kan tellen, nietwaar? Uiteraard is die uitspraak in heel erg veel verkeerde keelgaten geschoten, en is de brave man intussen onceremonieel uit zijn thuisuniversiteit University College Londen getrapt (officieel heeft hij de eer aan zichzelf gehouden). Maar vanwaar komt zo’n uitspraak nu in godsnaam? Die man is toch veel te intelligent om er botweg zoiets affronterends uit te flappen?

Het probleem is nu net dat er helaas verschillende soorten intelligentie zijn, en dat de selectiedruk in de wetenschappelijk/academische wereld nogal sterk op één soort intelligentie leunt. Wat redeneervermogen, volharding, genialiteit, en een hele resem andere, door IQ testen vast te stellen talenten betreft, zal deze meneer dan ook zeer zeker hoge ogen gooien. Waar de man blijkbaar géén kaas van heeft gegeten, is het intelligent omgaan met medemensen.

De uitspraak die mij het meest dwarszit, betreft dan ook het huilen bij het ontvangen van kritiek. Het probleem volgens Sir Hunt is immers dat je dan als prof je studente of postdoc plots veel omzichtiger gaat behandelen, uit medelijden, en dat dit nefast is voor de wetenschap omdat je dan niet langer objectief over de feiten kan spreken.

Wel, laat ik ook even mijn innerlijke botterik aanspreken: dit is klinkklare onzin. Wat er echter wél in de weg staat van de wetenschap, is het onvermogen van zulke proffen om op een correcte manier met de emoties van medemensen om te gaan.

Het is waar dat ik al eens een dame een traantje heb doen laten in mijn onderzoeksgroep, terwijl me dat nog niet is voorgevallen bij een heer. Maar is dat een probleem? Helemaal niet! Die paar keren dat er iemand een traan heeft gelaten bij kritiek, was ik immers vooral blij om te zien dat de mensen zich hun werk zo hard aantrokken dat ze droef werden wanneer het niet goed genoeg bevonden werd. En de conversatie over wat er dan niet zo goed gelopen was, ging dan ook gewoon in dezelfde correcte en constructieve toon verder. En uiteraard neem je op zo’n moment voldoende tijd voor het gesprek, en sluit je het opbouwend af, met nog een knipoog en een grapje om te tonen dat we allemaal weten dat het maken van fouten nu eenmaal menselijk is, en dat wetenschap beoefenen een levenslang leerproces is.

Doen we immers niet allemaal aan wetenschap net omdat we het ons aantrekken; because we care? Dat geldt naar aller waarschijnlijkheid ook voor Sir Hunt. Hij doet zijn job, net als mijn collega’s en ikzelf, omdat hij ze gráág doet, omdat hij zijn hart en ziel in zijn werk kan steken. Het probleem is dat wetenschappers echter niet geselecteerd of opgeleid worden om goed met zo’n (sterke) emoties om te gaan; niet met hun eigen emoties, en al zeker niet met de emoties van anderen. Het lijkt me dan ook een goed moment om de academische wereld aan te raden om hier toch wat aan te werken.

PS: ik vraag me af of Sir Hunt zelf een traantje heeft gelaten toen de hetse losbarstte, en de hele wereld hèm met kritiek overlaadde.

13 reacties

  1. Right on! Wat mij ook altijd een beetje stoort in dit soort affronten, is dat men achteraf altijd zegt dat het grappig bedoeld was (zie ook de hele Elias-hetze). Ik wil in deze graag (op eigen risico) Margaret Thatcher parafraseren – “Being funny is like being a lady. If you have to tell people you are, you aren’t.”

    • Frederik, heel goed punt! Thatcher was overigens eregaste in de Fletcher Memorial Home ;).
      Ik heb trouwens nog zo’n uitspraak als toemaatje, van United States Supreme Court Justice Potter Stewart uit 1964; het ging daar wel over iets anders :), maar geldt evengoed voor de perceptie van humor: “I know it when I see it” (https://en.wikipedia.org/wiki/I_know_it_when_I_see_it).

  2. met deze uitspraak van Sir Tim Hunt heeft hij nog vele vrouwelijke wetenschapsters een traantje doen laten…niet te geloven dat er nog zo gedacht wordt.

  3. Het is juist dat wetenschappers worden geselecteerd op IQ-gerelateerde eigenschappen en niet op menselijkheid. Ik vraag me af in hoeverre er ook een proces van acclimatie plaatsvindt: worden sommigen bot omdat ze dermate exclusief outputgericht worden (of worden gedwongen het te zijn) en dus alles zouden doen om het zichzelf zo comfortabel mogelijk te maken (in Hunt’s geval: geen dames aannemen)? Of correleren IQ-gerelateerde eigenschappen negatief met menselijkheid en selecteren we dus ongewild botteriken?

    • Over die laatste hypothese, kan ik wat onderzoek meegeven – klopt niet. Veel mensen lijken intuïtief aan te nemen dat IQ en EQ compleet verschillend zijn en zelfs tegengesteld werken – het stereotype van de briljante A-hole. Meta-analytisch onderzoek toont echter dat IQ en EQ net positief gecorreleerd zijn (niet ontzettend hoog, echter). Hoe slimmer, hoe meer kans dat je ook emotioneel intelligent bent. Niet zo verrassend eigenlijk: om anderen hun emoties te begrijpen en je eigen gedrag daarop af te stemmen, heb je natuurlijk ook best wel scherpe cognitieve vaardigheden nodig.

      • Frederik, zeer interessant. Nochtans ken ik mijn wereld (breed gezegd: de IT) toch veel mensen die effectief wat moeite met mensen hebben, maar helemaal niet dom zijn. Misschien dat er clusters zijn van mensen? Zij waarbij EQ en IQ sterk correleert, maar anderen (mogelijks zeldzamer) waar het wel anti-correleert? Als je die hele populatie samengooit ga je dan een positieve (maar niet zo sterke) correlatie zien. Maar mogelijks bevat het onderzoek in kwestie al clustering? Affijn, kortom: zou leuk zijn om een linkje naar zoiets te bemachtigen! Altijd leuke nieuwe feiten ;).

  4. Ik denk dat we ook eens naar onszelf moeten kijken. Ook op onze uniefs wordt er stelselmatig veel meer kritiek dan complimenten geleverd op elkaars werk. Denk maar aan een presentatie van een doctoraatsstudent, of een review die je terug krijgt van een paper. De jury-leden of reviewers zullen vooral proberen om de zwakke punten te vinden. Positieve commentaar is er maar zelden bij.

    Goed voornemen van de dag: Telkens ik wat commentaar klaar heb zitten, ook altijd even een positief punt expliciteren…

    • Marian, enorm goed punt! Ik ben momenteel voor een journal waar ik editor ben, hard aan ‘t vechten om een paar collega’s gemotiveerd te krijgen om samen een editorial/viewpoint te schrijven over ‘How to be a good reviewer’. De perceptie, verontrustend genoeg ook in mijn groep, is immers dat reviewen, kritiek spuwen is – en laat dat nu eigenlijk NIET de bedoeling zijn ([product placement] zie ook mijn dagboek van een wetenschapper op de JA site hierover).
      Dus inderdaad een schitterend punt dat iedereen zich constant kan voornemen: geef ook positieve feedback. When it rocks, say it!

  5. En dan zijn er de ‘silent killers’. Minder luidruchting maar even dodelijk. Professoren die niet weten hoe te communiceren en, in stilte, door hun totaal gebrek aan empathie en betrokkenheid met de persoon in de labojas hun studenten tot wanhoop – en uit academia drijven. Helaas een niet-leeftijdsgebonden fenomeen…

    • Lies, ik moet zeggen, wat een goeie reacties hier allemaal – er zit stilaan begot een heel standpunt over HR in de academische wereld in bevat! Ik ben dus helemaal akkoord (waar blijft die controverse, beste JA collega’s?? :D) met deze opmerking, en ik flap er dan ook te pas en te onpas uit dat wetenschap misschien objectief is, maar dat wetenschap bedrijven een scoiaal fenomeen is. En daar hoort communicatie bij. Open communicatie is trouwens een van de fundamenten van het wetenschappelijk werken. Vandaar dat al die publishers zo rijk worden. Maar da’s een item voor een andere blog 😀 [medebloggers take note: I hereby call dibs on this topic!].

  6. Seksisme is vermoedelijk niet (omgekeerd) gecorreleerd met IQ. ‘Sir’ Hunt had blijkbaar massa’s problemen met ‘meisjes’ maar vermoedelijk was hij gewoon bang van ons :-)
    Het academisch landschap is toch veranderd op dat vlak denk ik, met meer vrouwelijke proffen en postdocs enerzijds, en (hopelijk overal, maar in elk geval toch hier in mijn buurt) een andere mentaliteit van de mannelijke collega’s dan deze van ‘sir’ Hunt.

    • Veerle, je hebt hier een zeer goed punt: de oplossing van dit soort problemen is zeer waarschijnlijk uiterst eenvoudig: meer dames op senior posities in de academische wereld. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat dit enorm verfrissend werkt, en dat het dan meteen eenvoudig is: aanpassen of oprotten voor de ‘chauvinisten’ (wat een vreselijk woord, overigens). En uiteraard laat het ook nieuw gevormde wetenschappers toe om simpelweg al doende te leren omgaan met diversiteit. Na een generatie of wat zal deze problematiek dan hopelijk ook zwaar geantiquiteerd (is dat een woord?) overkomen.

  7. Om even terug te komen op onszelf. Wij geven hier heel vaak complimenten over elkaars werk. Ook bij studenten en doctoraatstudenten benadrukken we steevast eerst de positieve zaken om dan kei hard van wal te steken met opbouwende kritiek. Maar ja, wij zijn dan ook het departmente COMMUNICATIEwetenschappen binnen de faculteit SOCIALE wetenschappen met toevallig of niet een vrouwelijke decaan en relatief veel vrouwelijke ZAP-leden :-)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *