Wetenschapscommunicatie hoef je niet te belonen

Wetenschapscommunicatie is in. Universiteiten zetten hier sterk op in via hun nieuwsdienst en heuse expertisecentra, en de Academie (KVAB) reikt er jaarlijks heel wat prijzen voor uit, overigens in samenwerking met de Jonge Academie. Daarnaast verschenen er recent enkele oproepen en zelfs een petitie om inspanningen voor wetenschapscommunicatie beter te belonen bij de aanstelling en bevordering van wetenschappelijk personeel. Het probleem zou zijn dat het gewicht van een dossier van een doctoraatsstudent, postdoc, of prof te sterk bepaald wordt door de kwaliteit en kwantiteit van wetenschappelijke bijdragen voor collega-wetenschappers, in het nadeel van wetenschapscommunicatie voor het bredere publiek. Het belang van de ‘echte’ wetenschappelijke bijdragen wordt gekwantificeerd door allerlei metingen zoals de befaamde ‘impactfactor’ van tijdschriften, het aantal citaties in andere wetenschappelijke artikels, en de h-index van een onderzoeker. Sommigen suggereren dan ook om gelijkaardige metingen te doen voor wetenschapscommunicatie. Onderzoeker X heeft een wcomm-index van 10, en is dus beter dan onderzoeker Y met een wcomm-index van 2.

Ik ben een grote voorstander van (goede) wetenschapscommunicatie. Ik doe op mijn eigen bescheiden tempo aan wetenschapscommunicatie van voor de tijd dat er prijzen voor uitgereikt werden, van voor de tijd dat organisaties zoals het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek er expliciet naar vragen, en van voor de tijd dat er (bij mijn weten) sprake was van formele metingen van wetenschapscommunicatie. Ik zoek daarvoor geen extrinsieke beloning via prijzen of wat dan ook, en volgens mij behoort dat zo te blijven. Wetenschapscommunicatie, en alles wat in de richting van mediatisering gaat, is intrinsiek belonend. Als je dat niet zo aanvoelt, dan kun je er beter niet aan beginnen. De hoeveelheid positieve reacties die ik van collega’s krijg op een wetenschappelijk onderzoek waar we jaren op zwoegen is minder dan de respons die ik van allerlei kanten krijg bij het publiceren van een blog waar ik een dag aan werk of een opiniestuk waar ik een uur aan schrijf (langer mag zelfs niet, want dan is het niet langer relevant voor de steekvlam-journalistiek). En ik ben dan nog maar een kleine garnaal in de grote oceaan. Ik kan alleen maar vermoeden wat een grote vis zoals Carl Devos allemaal gedaan krijgt en hoeveel studenten hij aantrekt voor zijn faculteit dankzij de aandacht die hij genereert in de media. Sommigen doen nog beter: Je kunt er zelfs rector mee worden!

Als de wetenschapscommunicatie impact heeft en relevant is voor de job waarvoor een wetenschapper aangenomen is of kandideert, dan zal het wel de nodige aandacht krijgen ook zonder een kwantitatieve index. Per definitie, net omdat wetenschapscommunicatie het doel heeft een breed publiek te bereiken. Mijn wetenschappelijke artikels worden niet eens gelezen door de meeste collega’s in mijn eigen faculteit. Maar een korte samenvatting er van in de krant staat meteen op de homepage van diezelfde faculteit en bereikt zelfs mijn schoonmoeder. Dat lijkt me ruimschoots voldoende, niet?

Hans Op de Beeck

8 reacties

  1. Maar kan je dat ook niet zeggen over prijzen voor de beste publicatie? Een uitstekende publicatie is toch ook een prijs op zich?

    • Dat klopt. Ik denk dan ook niet dat er veel mensen een wetenschappelijk artikel publiceren met het idee er een prijs mee te gaan winnen. Al zijn er wetenschapsdomeinen waar het zeer frequent gebeurt, en misschien dat het daar meer in het verwachtingspatroon ingebakken zit.

  2. Dit artikel denkt te veel aan wetenschapscommunicatie in termen van media optredens (krantenartikels, of eens op TV komen). Als jij kijkt naar wie de KVAB jaarprijs vorig jaar heeft gewonnen, wat dat een dame dit dit won voor (ik citeer)
    “de gedreven wijze waarop zij, samen met het consortium marine@ugent, in haar project ‘Marine Art’ synergie creëert tussen kunst en wetenschap; en voor het project ‘Duurzame Vis’, dat aandacht richt op de zee en haar bedreigingen en toont hoe jongeren duurzame keuzes kunnen maken.”

    Dit zijn zaken die buiten de spotlights gebeuren, maar toch essentieel. Die de mensen bereiken, maar niet vanop een of ander media voetstuk. Dat volhouden, vraagt wel wat van je, en dan is het fijn dat iemand dat opmerkt, en er een schouderklopje voor geeft. Erkenning via een prijs bijvoorbeeld…

  3. Gewoon even een kleine kanttekening: wat wetenschapscommunicatie volgens mij extra interessant maakt is dat niet enkel je eigen onderzoek in de kijker wordt gezet maar dat er ook algemene naambekendheid voor je discipline (in mijn geval de nog steeds exotisch klinkende ‘fotonica’-discipline) mee wordt gecreeerd. Via prijsuitreikingen kan deze naambekendheid verder vergroot worden bij het brede publiek.

  4. Helemaal akkoord Hans. Maar ook akkoord met de aanvulling van Marian. Er is immers een verschil tussen wetenschapscommunicatie in de media (kranten, tv,…) of in een veel bredere maatschappelijke zin, denk bvb aan de EU’s Descartes Prize for Science Communication, dergelijke initiatieven bekronen veel grootschaligere projecten van wetenschapscommunicatie waar maanden, jaren werk in kropen – toch iets anders dan een opiniestuk of kort tv optreden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *