Printing money?

Picture-46-624x283

Terwijl ik weer maar eens positie inneem tussen het vijandige kruisvuur van reviewers en auteurs (een echte Mexican stand-off, waarbij drie partijen elkaar naar het leven staan, want zelfs de reviewers raken het niet eens), vraag ik me af of het niet beter zou zijn om gewoon uitgever te worden in plaats van editor.

Een uitgever heeft het immers mooi voor elkaar – wetenschappers moeten publiceren,  want daar worden we op afgerekend, en hiervoor zijn we afhankelijk van die uitgevers. Zij beheren immers de vakbladen, compleet met blinkende impactfactoren (0.0 anyone?), waarin onze resultaten moeten verschijnen. Onze geldschieters (de overheid, de Europese Commissie) zien ze dan ook graag, die blinkende impactfactoren.

Maar wat moet zo’n uitgever vandaag de dag nog zelf doen? De absolute (en peperdure!) topjournals te na gelaten, zijn editors gewoon vrijwillige wetenschappers, reviewers zijn evengoed vrijwillige wetenschappers, en de auteurs zijn veelal vrijwillige betalers van page charges en colour figure charges, en soms ook open access fees (er zijn trouwens elite journals die auteurs ook graag op voorhand al laten betalen voor het privilige om hun manuscript geweigerd te zien worden). En de lezer, die mag evengoed in de buidel graaien om de resultaten van al die noeste, gratis of zelf-gesubsidieerde arbeid te mogen consumeren (of je moet geluk hebben: als de auteur zélf diep genoeg in de buidel heeft getast, ben je hiervan verlost).

De hele review procedure wordt online afgehandeld, met een aangekocht systeem, en de typografie en schikking worden verzorgd door gespecialiseerde firma’s, meestal in India gehuisvest vanwege de lagere kosten. Outsourcing dus ook in deze wereld. Een paar stafleden van de uitgever verzorgen de back-office, maar die nemen zeer vaak een heleboel journals onder de arm.

En ondertussen stijgen de abonnement voor tijdschriften jaar aan jaar met gemakkelijk 10 tot 20% (vraag maar eens na aan je universiteitsbibliotheek!), eisen uitgevers steeds vaak dat volledige pakketten afgenomen worden (omdat individuele journals echt onbetaalbaar worden) en schuift heel het publicatieproces integraal naar online distributie (heel wat goedkoper dan ouderwetse, gedrukte tijdschriften). Daarenboven fuseren de publishers dan nog eens, zoals Springer-Nature recent, waardoor echte multinationals ontstaan.

Je hoort dan ook dat de Public Library of Science, toch op ‘t eerste zicht mensen met een droom en een visie, hun zaakjes eenvoudigweg draaiende houden door de grote inkomsten van PLOS ONE (full disclosure: ik ben zelf een (geheel onbezoldigd, op een gratis mok na) academic editor voor PLOS ONE), en dat Nature editors financiële bonussen krijgen op basis van de invloed van de papers die zij accepteren op de impact factor van hun journal. Een ietwat frisse wind lijkt momenteel PeerJ te zijn (full disclosure: ik ben ook een PeerJ Editor), maar ik ben sceptisch (cynisch?) genoeg om te vermoeden dat zelfs bij PeerJ een business model de zaakjes drijft, en niet altruïsme.

Nee, wetenschapper zijn is niet bijster verstandig. Als volleerde Stachanovs helpen we de zakken vullen van de uitgevers, in een bizarre rat race. Ik stel wat anders voor: bouw een gratis online journal (zoek eerst een filantroop!) en hou nauwgezet bij hoe vaak een paper gelezen wordt. Laat dit tijdschrift indexeren in Google Scholar, en geef iedereen toegang tot mooie en innovatieve impact statistieken, getrokken doorheen de tijd en over de verschillende bijdragen, opvraagbaar op basis van een ORCID. Dan is er nog maar één (klein) probleempje: verander de geesten der geldschieters om deze metingen als kwaliteitsparameters te erkennen. De rest komt vanzelf!

14 reacties

  1. laten we deze uitbuiting stoppen en het juk van ons afgooien, nog niet zeker wat het beste alternatief is, maar helemaal voor :-)

  2. Eigenlijk hebben de universiteiten een mooie motivatie om hier in mee te stappen: als ze alle kosten voor dure tijdschriften uitsparen (lees: Elsevier, Springer en anderen niet meer betalen), krijgen ze heel wat financiële ruimte voor andere dingen. Onderzoek, bv.

    Ooit las ik ook een voorstel (ik kan het helaas niet terugvinden) om universiteiten een kleine som te laten betalen voor elk artikel (verschuiving van bibliotheekkosten naar onderzoekskosten) – wat de publishing companies toch nog geld zou verschaffen, maar tegelijk de artikelen gratis zou maken voor anderen. Als iemand weet over welk artikel ik het heb, dan hoor ik het graag :)

  3. In mijn vakgebied (de computationele wiskunde) is er enkele jaren, onder impuls van de vakorganisatie SIAM (Society of Industrial and Applied Mathematics), een boycot van Elsevier geweest. Hoewel ik het doel van de actie nobel vond en ik geen reden heb om te twijfelen aan de intenties van de initiatiefnemers, had ik wat problemen met de bron van de oproep. (SIAM publiceert zelf concurrerende tijdschriften, en heeft er belang bij de meest impactrijke tijdschriften te hebben. Ze zijn natuurlijk zelf wel een not-for-profit organisatie.)

    Als uitloper van die discussie heeft de Franse organisatie SMAI (een vertaling en permutatie van SIAM) een nieuw tijdschrift opgericht, gratis voor zowel lezers als auteurs, en gefinancierd op basis van sponsors: het SMAI Journal of Computational Mathematics (https://ojs.math.cnrs.fr/index.php/SMAI-JCM).

    Concreet: je kan de tijdschriften laten runnen door vakorganisaties, waarbij publicatiekosten gedragen worden door sponsoring (bijvoorbeeld vanuit funding agencies). Het kost dan nog altijd geld vanuit de financiering van het onderzoek, maar niet meer per publicatie, en enkel de kostprijs wordt gefinancierd, niet privéwinsten.

    • Giovanni, da’s een heel mooi voorbeeld van hoe het inderdaad anders kan; business-model free publishing! Bijzonder interessant om te zien hoe de WNI (wiskunde, natuurkunde en informatia) vaak voortrekker is in deze zaken.

  4. Helemaal mee eens dat het business model voor de verspreiding van wetenschappelijke kennis onredelijke proporties heeft aangenomen. Maar om een alternatief te promoten moet je ook eerst die topwetenschappers en topuniversiteiten meekrijgen om je nieuwe online journal of alternatieve publicatievorm van meet af aan voldoende prestige en uitstraling te geven. Anders kan je het tij niet keren. Bovendien heeft elk vakgebied dan nog eens zijn ‘eigen’ netwerk van prestige – hoe verklaar je anders dat fysici al jaren een uitstekend alternatief model van post-publication peer review in stand houden, terwijl dat in andere vakgebieden gewoonweg niet van de grond komt? (http://arxiv.org/)

    • Karen, heel goed punt. Interessant genoeg zijn er al een aantal topwetenschappers die ‘mee zijn’ met een nieuw model van publiceren (en impact meting). Hier bijvoorbeeld een relevant (maar wat ouder ;)) artikel in The Guardian: http://www.theguardian.com/science/2013/dec/09/nobel-winner-boycott-science-journals. Ik heb een andere Nobelprijswinnaar, Aaron Ciechanover, hierover tijdens een talk soortgelijke gal horen spuwen over de high impact-factor journals, en hun business-model driven publicatiestrategie.
      Het lijkt er dus op dat de ‘gearriveerde’ wetenschappers zich plots bevrijd weten van het juk dat hen opgelegd wordt. En dat ze dan ‘rebelleren’. Er is daar dus vruchtbare grond voor de revolutie ;).
      Maar ik blijf ook bij mijn, in de blog vermelde, nadruk over het belang van mind-shift bij funders. Want zij zijn op een stille maar bijzonder nadrukkelijke manier erg machtig zijn in de wetenschapswereld. Om het anders te zeggen: ik wil geen high-impact papers omdat grote namen die hebben; ik wil high impact omdat mijn geldschieters dat vragen.

    • Toppers meekrijgen gebeurt in het voorbeeld dat ik gaf in de eerste plaats door de samenstelling van de editorial board. Daar zitten allemaal gerenommeerde toegepaste wiskundigen in (die hun ‘naam’ verdienen om de goede redenen bovendien). Ik hou er wel van om meer naar de samenstelling van de editorial board te kijken dan naar de impactfactor als ik over de kwaliteit van een journal moet oordelen.

      Daar bovenop kan een nieuw tijdschrift met een nobel doel als dit een geweldige boost krijgen als zou blijken dat het snel gaat om je rapporten terug te krijgen. Bij ons is het geen uitzondering om een vol jaar te moeten wachten op de eerste commentaren op je artikel (acht tot tien maanden is zelfs de regel). Als een nieuw tijdschrift opstaat, met een gerenommeerde editorial board, dat veel sneller zou zijn dan dit, is er direct een publiek dat werk zal insturen.

      De sponsors van dit initiatief zijn trouwens ook onderzoeksinstellingen, en dat heeft zin: ze betalen hoe dan ook voor de publicaties, en als ze een non-profit er op een rechtstreekse manier voor kunnen betalen, zijn er alleen maar winnaars.

      • Giovanni, wat je laatste punt over de financiëring betreft: dit lijkt me een leuke onderzoeksvraag (voor een Master thesis, zeg maar) vanuit Economie; een vergelijking tussen de kost voor instituten in het huidige model, en in het door jou beschreven systeem. Mogelijks is dit zelfs al eens gebeurd? Lijkt me heel erg leuk om dit gequantificeerd te zien!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *