Halt aan de funding industrie

Lennon

—- Geschatte leestijd: 3 minuten —

Met een weekje vakantie in het vooruitzicht, mocht ik even terugblikken op het voorbije academiejaar. Net als vorige jaren moest ik vaststellen dat een aanzienlijk deel van mijn werktijd weer eens vervlogen is in het schrijven van projectvoorstellen om onderzoeksubsidies te verkrijgen. Gecombineerd met tussentijdse verslagen en eindverslagen over wat ik dan wel aangevangen heb met vroeger gekregen subsidies en beoordelingen van projectvoorstellen van collega’s die zelf ook op zoek zijn naar onderzoeksgeld, zie ik mezelf stilaan als een fulltime fondsenwerver. Met enige zin voor overdrijving, klaag ik wel eens tegen collega’s: “Research is what happens to you while you’re busy writing other research proposals

Voor de niet-academici onder ons (ik maak me geen illusies dat die deze blog lezen, hoor, ik doe het even voor de vorm): de reden dat onderzoekers onderzoeksubsidies aanvragen is dat er een lage basisfinanciering is voor onderzoek. Universiteiten kunnen professoren en tijdelijk academisch assisterend personeel (“assistenten”) aanwerven met hun vaste werkingsmiddelen. Als professoren echter hun onderzoeksteam willen uitbreiden, moeten ze op competitieve basis zelf op zoek naar extra middelen. Hiervoor schrijven ze onderzoeksprojecten die door anonieme buitenlandse of binnenlandse experts beoordeeld worden. De beste projecten krijgen financiering voor beperkte tijd (meestal 4 jaar), de andere verdwijnen in de prullenbak. Dit is dagelijkse kost in de academische wereld; zowat elk land heeft vergelijkbare ‘funding agencies’, waarbij de slaagkansen afhankelijk van het land, funding agency, en wetenschapsdiscipline zowat variëren tussen de 1% tot 20%. Dit betekent dat er wereldwijd duizenden mensen tewerkgesteld worden om de onderzoeksubsidie machine draaiende te houden. Er moeten calls uitgeschreven worden, dossiers opgesteld, reviewers uitgenodigd en begeleid, panels samengesteld, scores gegeven en besproken, geld uitgedeeld en gecontroleerd, verslagen ingezameld en beoordeeld. Het is een gesofisticeerde industrie geworden. Neem dat gerust letterlijk – er zijn tal van externe consultancy kantoren die niets anders doen dan projectvoorstellen schrijven voor academici om een percentage van de subsidie op te strijken (de beste consultants werken met een “no cure, no pay” systeem waarbij je als onderzoeker enkel betaalt als je de subsidie ook effectief binnenhaalt). Naast die omvangrijke administratie heb je natuurlijk ook nog het omvangrijke leger academici die dag in dag uit geld zoeken om toch maar elk jaar hun team aan het werk kunnen houden. Zelf onderzoek doen schiet er dan vaak bij in. Een doctoraatsstudent economie zou eens moeten berekenen wat de kost is van al die fondenswerving uren (maar natuurlijk wel eerst netjes zelf je aanvraag indienen bij het FWO om je doctoraat gesubsidieerd te krijgen, hoor!)

“Nou nou, al dat geklaag“, hoor ik u denken, “is het nu echt zo erg om éénmaal per jaar een onderzoeksvoorstel in te dienen en even op feedback te wachten?” Was het maar waar. Mocht het zo efficiënt verlopen, dan zou u gelijk hebben. Maar zo werkt het natuurlijk niet; er zijn tal van subsidiekanalen die allemaal hun eigen focus, hun eigen kanalen, hun eigen formulieren, deadlines en commissies hebben. Voor Belgische onderzoekers bestaan er bijvoorbeeld FWO, BOF, IWT, BELSPO, en Europa’s Horizon 2020 om slechts enkele van de bekendste te noemen. Van tijd tot tijd worden die hervormd om er wat lijn in te brengen. Het IWT wordt nu bijvoorbeeld naar verluid opgedoekt waarbij er een aantal financieringskanalen naar het FWO verdwijnen; anderen komen wellicht bij het Agentschap Ondernemen terecht. BELSPO ligt eveneens onder vuur. Niet zelden hebben hervormingen (of het gebrek daaraan) te maken met profileringsdrang van politici of het plaatsen van topambtenaren (de Herculesstichting iemand?).

Anyway, mijn voorstel is zowel eenvoudig als hopeloos naïef. Stop die hele funding business en verdeel al het beschikbare onderzoeksgeld gewoon als basistoelage onder professoren zodat zij ook echt kunnen doen waar ze goed in zijn: onderzoek. De opbrengst van de immense besparing die de overheden realiseren door het opdoeken van alle subsidie-administraties, mogen ze voor mijn part zelf houden. You’re welcome. Een basisinkomen voor onderzoekers als het ware. Rutger Bregman zou trots op mij zijn. Elke prof krijgt een financieel rugzakje voor een vast aantal onderzoeksprojecten die hij naar eigen inzicht kan inzetten gedurende zijn loopbaan.

“Ha!”, roept u uit, “het zal wel zijn, een blanco cheque voor onderzoekers. En wie gaat dat controleren?” Mijn antwoord is zo mogelijk nog naïever dan mijn voorstel: “Niemand. Mochten we nu eens van vertrouwen uitgaan en onze onderzoekers aanmoedigen om internationale excellentie na te streven in de plaats van hen voortdurend te controleren op basis van eindeloze verslagen.” Als u dit antwoord echt te onnozel vindt (sorry daarvoor!), dan stel ik het volgende voor: al die professoren hebben al een tenure-track doorlopen als proefperiode. Als dit correct verlopen is, moeten ze hierin normaal bewezen hebben dat ze internationaal uitblinken in onderzoek en er ook de passie voor hebben. Hen tijd geven om vanaf dat moment ook écht zelf onderzoek te doen, kan hen enkel helpen om de excellentie na te streven die we allemaal willen. Blijken ze dit uiteindelijk toch niet te doen, dan kunnen ze er beter mee ophouden en mag je ze zonder blikken of blozen de laan uitsturen van mij. Eerlijk waar, ik geef fluitend mijn vaste benoeming op, als mocht blijken dat ik daardoor niet meer eindeloos om geld moet lopen bedelen. You may say I’m a dreamer, but I’m not the only one.

Viva la revolución!

Disclaimer: Ik heb zelf gedurende mijn loopbaan al gênant veel onderzoeksubsidies gekregen van bovenstaande instanties, waarvoor ik echt ontzettend dankbaar ben. Elke stap in mijn loopbaan heb ik te danken aan deze genereuze fondsen, wat ik ongelooflijk apprecieer. Toch denk ik dat we moeten durven nadenken of we de organisatie van onderzoek wereldwijd niet efficiënter zouden kunnen organiseren. Maar had ik al gezegd dat ik toch wel heel erg dankbaar ben? Nee? Bedankt dus en groetjes xxx

4 reacties

  1. Ik ben waarschijnlijk die ene niet wetenschapper dit toch gelezen heeft, en kan er maar één iets aan toevoegen: zo loopt het met alle projectsubsidies, ook de niet wetenschappelijke ….

  2. Zeer terechte blog! Ik heb me de afgelopen weken ook eens niet met projectaanvragen/deadlines moeten bezighouden en besefte net als jij dat ik daar het afgelopen jaar toch weer veel te veel tijd mee ben verloren :-)! Maar we zijn idd niet alleen. Als ik mijn broer en schoonzus als architecten zie zweten op al hun subsidie-aanvragen en wedstrijden … :-)!

  3. Het is idd een never ending story. Als een hamster in een molentje :). Maar als je stopt met trappen vlieg je er onmiddellijk uit. Het geld vergaren zelf heeft trouwens ook wel iets van hamsteren. Door de timing moet je wel op verschillende paarden tegelijk wedden en oh jee, wat als hetzelfde projectidee meerdere keren wordt toegekend? Sparen dan maar, voor ‘mindere tijden’…

    Ik ben ook voorstander van een basissubsidie, maar wel nog de mogelijkheid om competitief fondsen te verwerven. De nieuwe regels, waarbij je na een succesvol project 1 of meerdere rondes voor diezelfde fondsenverwerving moet overslaan vind ik wel heel goed. Dit voorkomt dat te grote delen van de budgetten telkens opnieuw naar dezelfde onderzoeksgroepen gaan. Al kun je dit systeem in onderzoeksgroepen met meerdere samenwerkende professoren ook heel gemakkelijk omzeilen door van promotor te switchen…

    Moeilijke materie dus! Misschien moeten we ook wel allemaal in eigen boezem kijken en bij fondsenwerving ons afvragen of we het onderzoeksgeld ook wel echt nodig hebben en beseffen dat iedere beurs die we zelf binnenhalen, betekent dat iemand anders achter het net vist…

    (hamsters, paarden en vissen, dit was wel een heel beestig antwoord, niet waar :)? )

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *