Resultaatgericht evalueren. Maar wat is eigenlijk het resultaat?

Evaluatieformulier

Misschien komt het door de herexamens die ik kortelings weer maar eens mag opstellen, maar ik zit tijdens mijn ‘verlof’ (quotes intentional) te kniezen over de evaluatie van academici.

Je zou het zo meteen niet verwachten, maar academici, en dan met nadruk de jonge academici, worden wel degelijk geëvalueerd op hun productiviteit, hun inzet, en hun algemene bekwaamheid. Zo wordt je als jonge academicus verwacht bepaalde hoeveelheden publicaties (uiteraard van voldoende hoog niveau), doctoraten, extern verworven fondsen, gedoceerde uren les, en uren interne dienstverlening op te leveren. Dit is een decretale opdracht, waarbij er bovendien van de academici vereist wordt dat ze uitblinken in elke categorie.

Maar laat ons nog eens goed kijken naar die typische criteria. Er staan daar natuurlijk zeer gemakkelijk meetbare gegevens (meten is weten, toch?), maar wat houden die cijfers nu eigenlijk in? Ligt er bijvoorbeeld écht iemand in de wijde wereld wakker van de hoeveelheid publicaties die ik per jaar aflever? En wat met het aantal doctoraten, de hoeveelheid geld die ik heb kunnen binnenharken, of de uren die ik doceer of die ik in interne commissies doorbreng?

Het lijkt me dat ik de doorsnee burger met zulke meetwaarden niet moet komen lastigvallen. Ze meten immers voornamelijk zeer abstracte dingen. Bovendien zit er hier overal een zeer perfide adder onder het gras. We meten de hoeveelheid, maar niet de kwaliteit! Ik kan in zo’n interne commissie voor de universiteit immers gewoon mijn broek komen verslijten, mijn publicaties volproppen met saaie herkauwingen, mijn geld binnenhalen door connecties en samenwerkingen waarin ik eigenlijk alleen maar wat steun verleen, de studenten halfdood vervelen in mijn onderbevolkte lessen, en mijn opgeleide doctoraatsstudenten afleveren als wereldvreemde vakidioten die nooit verder dan hun onderzoeksproject gekeken hebben en daardoor absoluut unemployable zijn.

Merkwaardig genoeg is er toch één van die metingen waarbij kwaliteit snel aan invloed wint: het lesgeven. De studenten hebben in alsmaar meer universiteiten (onder andere in mijn eigen alma mater) een stevige stem in de evaluatie van hun (jonge) professoren via de onderwijsevaluaties. Hier geven de studenten, na het ontvangen van hun examencijfer(!), feedback op het gedoceerde vak. Zo worden ze onder andere bevraagd of de prof alles goed had uitgelegd, hen voldoende kon boeien, de relevantie van het vak voldoende aangaf, of de cursus in orde was, en of het examen fair was.

Kijk, da’s nu eens kwaliteitscontrole! Vraag rechtstreeks aan de klant of het in orde was! Maar het zou nog veel beter kunnen. Ik heb immers spontaan medelijden met elke prof statistiek die door overdonderde studenten afgerekend wordt. Er zijn echter ook bevragingen van afgestudeerden (alumni, zoals deze verlichte (aangestoken?) geesten genoemd worden) waarin ze dan met klem vragen naar meer wiskunde, naar meer statistiek in hun opleiding.

En nu kom ik bij de crux van mijn betoog. Waarom verplaatsen we sommige onderdelen van de evaluatie van academici niet naar bevragingen van reeds twee jaar afgestudeerde studenten en doctoraatsstudenten? Laten we hen eens vragen of ze voldoende opgestoken hebben van hun proffen tijdens hun leertijd, en of ze vinden dat ze die tijd goed besteed hebben. Let wel: hierbij is het niet noodzakelijk dat alles wat ze geleerd hebben, direct nut moet hebben; het kan evengoed gaan over de verrijking van je leven, of de verbreding van je visie.

Het zou mooi zijn om dit naar voor te schuiven als evaluatie; het heeft immers een enorm multiplicator-effect als een academicus jonge mensen kan stimuleren, opleiden, en klaarstomen voor een beter leven. En dit is uiteindelijk een zeer belangrijk deel van onze opdracht. De kans dat ik een grote bijdrage aan de mensheid lever, is immers statistisch gezien heel erg veel kleiner dan de kans dat een van mijn studenten (die dus met veel meer zijn) dat ooit zullen doen.

Al moeten ze dan wel eerst slagen voor dat herexamen, natuurlijk!

4 reacties

  1. Dag Peter, leuk je op deze blog te zien! En ik moet zeggen dat ik in ieder geval al respectvol niet akkoord ben met de tweet van de rector in kwestie. Evaluatiegesprekken zijn perfecte momenten om eens te kijken naar wat was, maar meer belangrijk nog: over wat nog komen zal. Zo heb ik elk jaar een evaluatiegesprek met elk van de leden van mijn groep, en die gesprekken zijn dan aangepast aan de persoon, de functie, en de maturiteit. Zo zal het gesprek met een eerstejaars PhD student over andere zaken gaan dan een tweede- of derdejaars PhD student, en dat is weer anders dan een gesprek met een postdoc of een developer. Het kost uiteraard wel veel tijd, en het mag zeker niet optreden als wholesale vervanger van dagelijkse communicatie, maar het een “tijdrovend gedrocht” te noemen, lijkt me wel van wat ratio gespeend :).
    Ook heel erg belangrijk is het geven van positieve feedback; ik heb al vaker moeten merken dat het voor veel mensen moeilijker blijkt om eens te zeggen: “Heel erg goed gedaan!”, dan om negatieve feedback of kritiek te geven. Bizar.

  2. Hi Lennart,
    Volgens mij zitten we met alle respect op exact dezelfde lijn, en ik ben geneigd aan te nemen dat dit ook deze is van de Leuvense universiteitsbaas.
    Een tweet kan dan ook maar een beperkt aantal karakters hebben. Uiteraard is het belangrijk om goeie afspraken te maken naar de toekomst toe, en dit gebeurt nu in het jaarlijkse zgn. evaluatiegesprek, wat semantisch gezien alleen al niet echt klopt. Het zou dan eerder een (toekomstgericht) prospectiegesprek zijn. Maar dat is m.i. niet wat in de rectorentweet wordt bedoeld. Wat onze vriend Rik wil aanklagen, en dat heb ik al meermaals meegemaakt bij ‘minder competente’ leidinggevenden, is het misbruik van het bestaan van jaarlijkse evaluatiegesprekken om de noodzakelijke dagdagelijkse feedback ‘over het hoofd te zien’, omdat er steeds ‘binnenkort’ een formeel gesprek staat aan te komen waarin alle nodige invulvakjes en -hokjes dienen te worden aangeturft, zodat de manager in kwestie dan weer aan zijn (al dan niet competente) manager kan laten zien dat hij in zijn leidinggevende opdracht echt niets vergeet.
    Daar kan je het toch niet mee oneens zijn?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *