Over zin en onzin van deliberaties

Vandaag start op de universiteit de tweede zittijd. Studenten proberen zich door hun tweede examenkans te duwen, in de hoop alsnog een aantal bijkomende credits op de mouw te kunnen spelden. Na afloop is het dan weer zover: dan blazen we met de collega’s verzamelen voor de deliberatie. Die bijeenkomsten zijn de laatste jaren tot een bizar spektakel verworden. Na handtekening van het register (nog steeds handgeschreven aan de ULB!) staren we met zijn allen naar voorbij flitsende tabellen. Tijd om de resultaten te bekijken van de student in kwestie is er niet, hoogstens slaag je er in te controleren of je zelf geen fout cijfer hebt ingevuld. De decaan prevelt een aantal magische woorden (we horen ‘tolerantiemarge’), af en toe komt een onderwijsmedewerker tussen, en, hopla, op naar de volgende. De docenten zitten erbij en kijken erna. Tussenkomsten worden niet gevraagd. Deliberaties zijn vandaag, meer nog dan vroeger, technische controlemomenten. Gelukkig zijn er de broodjes, de wraps en de taarten om de proffen alsnog naar de deliberatie-zaal te lokken.

Ook op de kunsthogeschool waar ik les geef, zijn docenten strikt genomen niet meer nodig op de deliberatie. Het nieuwe deliberatiereglement stipuleert dat er naast de voorzitter en secretaris slechts één collega (in concreto het opleidingshoofd) aanwezig hoeft te zijn. Iedereen geeft zijn individuele cijfers in en de computer doet verder zijn werk. Makkelijk zat. Uit balorigheid blijven de docenten koppig naar de deliberatie komen, ook al zitten we er met zijn allen voor spek en bonen.

Nog niet zo lang geleden was dat anders. Op deliberaties werd informatie uitgewisseld over studenten, werd overlegd en soms gediscussieerd in het belang van diezelfde student. Wat is zijn totale ontwikkeling? Waar blijft die haperen? Met welke ingesteldheid staat hij of zijn in zijn opleiding? Is die ene onvoldoende een “accident de parcours” of moeten we hier samen streng de lat bewaken? Deliberaties waren moment van collegiaal pedagogisch overleg waarin gewaakt werd over de voortgang van elke student. Die voortgang wordt nu mathematisch berekend door een computerprogramma.

2014-02-21_computersaysno

En dus zet zich ook in het onderwijs de kwantificering van ons maatschappelijk bestel voort: een studentenparcours wordt niet begeleid en geëvalueerd als een individuele ontwikkeling, maar in termen van efficiëntie. De computer controleert of de student niet al teveel tijd verliest en bewaakt de meritocratische voortgang. Hoppa, weer 5 credits verdiend. En zo wordt de student een kleine ondernemer die zijn eigen competentie-portefeuille beheert. Ook de docent valt diezelfde individualisering te beurt. Met zijn lessen levert hij diensten die vervolgens credits of normuren opleveren. Dat doet hij geïsoleerd, los van wat er in andere opleidingsonderdelen gebeurt. Ook zijn eigen vakken worden anoniem en geïsoleerd geëvalueerd, via studentenenquêtes. En zo verdwijnt elk totaalperspectief op de ontwikkeling van onze studenten en wordt elke vorm van pedagogisch overleg door alle betrokkenen als tijdsverlies gepercipieerd (en het levert geen credits op).

Op de toneelopleiding van het RITCS zijn we die ontwikkeling al een paar jaar voor (of achter, zo u wil). Voorafgaand aan de deliberatie houden we een pre-deliberatie: twee dagen komen we met alle docenten samen om alle studenten te bespreken. En vervolgens trekken we naar de deliberatie. Voor de koffie en het goede gezelschap. Om vervolgens met zijn alle vast te stellen: computer says no.

4 reacties

  1. Aan UNamur kan ik hierover niet klagen. Het feit dat de groepen studenten kleiner zijn geeft ons meer tijd voor een echte deliberatie die het parcours van de student in achting neemt. Wat ik wel voorspel is dat de steeds grotere vrijheid van de studenten om jaren/vakken te combineren deliberaties niet zal vergemakkelijken.
    Ah, the good old times… Small boys in the park, jumpers for goalposts :)

  2. Het verlies van het totaal overzicht vind ik inderdaad problematisch. Op de 100 studenten die het tot in 1ste master halen in onze faculteit, zijn er altijd wel 2 a 3 waarvan we onder collega’s akkoord zijn dat deze personen eigenlijk niet tot daar hadden mogen ‘geraken’. Maar via het systeem van credits kunnen deze personen met voldoende geduld en een portie geluk de nodige 10-en bij elkaar sprokkelen. Of in 1ste Master zitten met nog een voet in 1ste bachelor… Een totaal overzicht leert ons vaak dat de ‘twijfel’ studenten globaal gezien nooit beter scoren dan 10-11-12. Mathematisch gezien voldoende in het huidige systeem. In het vroegere systeem, waarbij je alle vakken van 10 en 11 punten ook moest hernemen indien je niet geslaagd was, zouden deze studenten hun ‘credits’ waarschijnlijk niet kunnen behaald hebben. Ik ben zelf persoonlijk wel voorstander van het bespreken van de studenten die zich in de schemerzone bevinden, de “com-pu-ter says don’t knooo-wwwww” situaties als het ware…

  3. Goed zo, Karel, geef de informatic(r)a(tie) en tolerantie(cratie) er maar van langs. Het is zelfs zo ver gekomen dat je plots in de eerste les van het nieuwe academiejaar een student ziet zitten die je toch een cijfer had gegeven die dat niet meer zou toelaten. Dat komt, ten eerste, door allerlei gegoochel met ‘buispunten’ door computers, maar ook, ten tweede, omdat lesgevers in onze faculteit niet op de hoogte worden gesteld van de beslissingen van de deliberatiecommissie. Kortom, we weten pas als studenten geslaagd zijn op het moment dat ze hun diploma in handen hebben.
    Ik zou hieraan nog een stukje verontwaardiging kunnen toevoegen over het feit dat lesgevers zich tegenwoordig moeten verantwoorden als ze iemand buizen, eerder dan dat de student uitlegt waarom hij/zij niet slaagde, én over de zinloosheid van tweede zit, maar dat volgt nog wel in een andere blog :-)

  4. Net de punten voor mijn vakken berekend, zie. Mooie opsomming van de negatieve punten van automatische deliberatie. Als ik wel nog een beetje tegen bepaalde stromen in mag varen: infromatisering (zoals Jelle het bestempeld) is niet het probleem – informatisering is enkel maar het gebruik van computers om met data om te gaan. De échte problemen komen linea recta van de regelneverij rond het behalen van een diploma. Het effect is exact hetzelfde zonder informatica. Het komt er gewoon op neer dat de studenten (die, voor zover ik weet altijd vragende partij zijn geweest voor een meer ‘objectieve’ deliberatie) het slachtoffer zijn geworden van hun eigen verlangens. Want inderdaad, die 1 of 2 gevallen per jaar waarbij een luid gebekte prof ten onrechte een frontale aanval tegen een bepaalde student inzet, die zijn nu opgelost, maar al die andere situatie (en die zijn vele malen, couranter) waarbij een student profiteert van het begrip en de verzoenende woorden van de prof(fen) in kwestie, die zijn nu van tafel geveegd. … for they passed a noble law, and the trees are all kept equal, by hatchet, axe, and saw.
    Het lijkt me trouwens ook bijzonder inefficient om een gecoordineerde, in elkaar hakende opleiding af te laten hangen van contacten op deliberaties. Het is uiteraard beter dan niets, maar een serieus educatief plan op poten stellen, met buy-in van alle lesgevers, dat heeft speciaal hiervoor aan de kant gezette tijd en interactiemomenten nodig. In mijn visie is er maar één populatie écht slachtoffer van de regelneverij bij deliberaties: de studenten!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *