Tijd Maken

Ik wil in actie schieten, maar ik weet niet waar te beginnen. Er staat simpelweg te veel op het to do lijstje voor vandaag. Om een acute stressaanval te vermijden vlucht ik even weg naar de koffiekamer. De koffie brengt rust, en mijn oog valt op het interview in De Standaard met professor Annemie Van der Linden, Biologe aan de UAntwerpen. klok

Haar grootste frustratie? “Tijdsgebrek”. Van der Linden vertelt zeer treffend hoe de moderne prof als een duizendpoot allerlei taken en plannen moeten combineren. Ze betreurt dat ze constant aan het tikken is: “Artikelen, projectvoorstellen, verslagen, bedelbrieven.” Maar een klaagzang wordt het nooit: “Maar ik schrijf wel over boeiende dingen.” Die dubbele houding is voor velen van ons die fulltime meedraaien in het academische bedrijf zeer herkenbaar: het is (bijna) allemaal interessant, maar het is tegelijk ook te veel. Of zoals Van der Linden het stelt: “Geregeld heb ik driedubbele boekingen in mijn agenda. Dat was nooit zo voorzien, maar ik doe het nog steeds graag.” Jawel, omdat we het allemaal zo graag doen, en ook goed willen doen, doen we te veel.

“Ik zou eigenlijk vaker neen moeten zeggen”, stelt Van der Linden. Het is een vaak gehoorde intentie, die meestal sneuvelt zodra er zich weer een mooie kans aandient. Kunnen we geen structurelere oplossing bedenken voor het probleem? Ik heb ooit eens op café voorgesteld om de weken van het jaar anders in te delen: zes dagen werken en dan twee dagen weekend. Ik werd vol ongeloof aangestaard. Pleit je nu voor werkduur verlening, Peter? Waarom werk je dan niet wat in het weekend? Omdat ik in het weekend langs de zijlijn mijn zonen wil aanmoedigen, met mijn dochter wil gaan zwemmen en met mijn vrienden wil gaan fietsen om daarna nog meer onzin op café te verkopen. Ik vergeet nog even de city trip met mijn vrouw en het goede boek dat stof ligt te vergaren. Mijn voorstel om een extra werkdag te kopen zal het (gelukkig) nooit halen, maar als er iemand een beter voorstel heeft om ‘Tijd te Maken’, ik zou er zo voor tekenen. Ondertussen probeer ik de efficiëntie van wat ik doe verder op te drijven, sneller keuzes te maken, en vooral de gedachte te koesteren dat ik dit allemaal doe omdat ik het vooral graag doe. Met goesting en verwondering. Beste Annemie Van der Linden, bedankt om me daar nog eens aan te herinneren.

http://www.standaard.be/tag/week-van-het-weten

3 reacties

  1. Tijd maken is inderdaad een groot probleem! Zelfs voor het schrijven van een antwoord op deze blog… Want tijd zal ergens moeten gerecupereerd worden, en dit is, merk ik zelf, vaker en vaker van weekenddagen en avondlijke uren…

    Maar in plaats van met zijn allen op zoek te gaan naar extra tijd, moeten we ons misschien ook durven neerleggen bij de bovengrens van werkinspanningen. Er zijn gigantisch veel opties waar we kunnen blijven ja op zeggen, maar een dag telt nu eenmaal maar 24 uren (waarvan we er toch ook nog een paar nodig hebben om te slapen, te eten en te ontspannen). En een week telt (gelukkig) voorlopig idd maar 5 werkdagen. Dus het is een kwestie van keuzes te maken. Als ik teveel hooi op mijn vork probeer te nemen, valt dat er toch gewoon terug af. Dus ipv mensen hoop te geven en te zeggen jaja, dat doe ik er ook nog wel bij, wetende dat het niet of half zal gedaan worden, is het vaak ook gewoon beter te zeggen van hey, heel interessant, maar dit zal nu even niet meer lukken…

    En de lat ligt hoog, héél hoog. Maar we hebben ze daar zelf gelegd… En in plaats van tijd te zoeken om deze lat nog hoger te kunnen leggen, moeten we misschien gewoon aanvaarden dat de lat ligt waar ze ligt. Of wie weet… de lat zelfs terug durven te verlagen… Zodat ook de keuze van een 4-dagen werkweek (of 4.5 dagen werkweek, zoals in Nederland vaak gebeurt) een haalbare realiteit wordt, zelfs in academische kringen.

  2. Ik werk in het weekend enkel nog ‘s avonds (meestal) – overdag niet meer (vroeger deed ik dat soms, zeker niet elke week). En ik zeg steeds vaker ‘nee’ met als reden ‘already overcommitted’. En tot mijn verassing doe ik (of heb ik althans de indruk) niet minder. Zowiezo is het aantal uren werk een slechte predictor van de hoeveelheid verzet werk. Dat is omdat de snelheid van productie daalt vanaf een bepaald aantal uren werk. Ik vind niet meteen de juiste link terug maar heb wel wat gelezen over data die dat aantonen voor fabrieksarbeiders. Mijn vermoeden is dat in een creatief beroep dit nog veel pertinenter is. Ik merk ook dat als ik wat moet afmaken in 2h (want ik moet de kinderen gaan afhalen bvb) het ook gebeurt. En vaak nog beter dan wanneer ik er 4h voor neem. En altijd efficiënter. Minder geneuzel, meer doelgericht, weet je wel.

    Een ander punt is de jammerlijke trend in academia om uit te pakken met het aantal uren werk. Een gevolg is, denk ik, dat velen het aantal uren dat ze gewerkt hebben nogal overschatten. Als je de berekening maakt van sommige geclaimde werkweken kom je uit op onmogelijke cijfers: nachtjes van 4h en geen sociaal contact of ontspanning. Sommigen kunnen dit enkele weken volhouden, maar toch niet te veel. Dat is jammer want dat geeft de indruk dat een academische carrière een sociaal leven uitsluit, wat niet zo is. OK, ons sociaal leven is allicht beperkter, maar (hoop ik) niet afwezig. Ik denk dat de JA hier wel eens aan Mythbusting mag doen. Een fijne post over dit topic vind je hier trouwens: https://dynamicecology.wordpress.com/2014/02/04/you-do-not-need-to-work-80-hours-a-week-to-succeed-in-academia/

  3. Gisteren kregen we er door het winteruur gratis een uurtje bij. Ik heb dat uurtje gevuld met een zalige wandeling in het park met mijn gezin. Kunnen we vanaf nu elk weekend de klok een uurtje terugdraaien, aub? 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *