Wolken meten

Op vraag van velen … de lezing gegeven bij de opening van het academisch jaar aan de UGent op 18 september 2015

Sta me toe, als kunsthistoricus, om mijn verhaal te beginnen met een beetje vakidiotie. Een universiteit kan niet zonder, zoals u weet.

Iedereen die in Gent woont, werkt of studeert kent dit beeld, en wie het niet kent zou het moeten kennen. Het staat op het dak van het SMAK, hier wat verderop, en is van de hand van Jan Fabre. Het stelt een man voor die de wolken meet. Iedere laatste les van het academiejaar eindig ik met dit werk.
Het beeld is geïnspireerd op Birdman of Alcatraz, een boek uit 1955 van Thomas E. Gaddis en een gelijknamige film uit 1962 over het leven van Robert Stroud. Het verhaal is waar gebeurd.
Stroud was een beruchte Amerikaanse crimineel die veroordeeld was tot een levenslange gevangenisstraf. Om de tijd te doden in zijn cel sneed Stroud vogelkooitjes uit houten bakjes. Hij ving een aantal vogeltjes en begon die te kweken. Al die tijd maakte hij nauwkeurige aantekeningen van hij zag. Uiteindelijk schreef hij zijn bevindingen neer in twee baanbrekende studies over ziektes bij vogels.
Toen Stroud later werd overgeplaatst naar Alcatraz werd het hem verboden om nog vogels te kweken. Daarop begon hij recht te studeren. Opnieuw schreef hij een grensverleggende studie, dit keer over het Amerikaans penitentiair systeem. Wanneer hem uiteindelijk, aan het einde van de film, alle rechten tot verder onderzoek en studie worden afgenomen, vraagt iemand hem wat hij nu zou gaan doen; waarop Stroud antwoordt: “Ik ga de wolken meten”.

We zouden af een toe eens stil moeten staan bij Fabres beeld. Het is een sublieme metafoor voor kunst, wetenschap en poësie, drie disciplines die – dat wist Leonardo Da Vinci al – onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De Man die de wolken meet legt onze dromen bloot en de gevaren die loeren om de hoek. Het is een evocatie van de constante spanning tussen de empirische wetenschap, de droom die eraan ten grondslag ligt en de instituties en regels die die droom dreigen te versmachten. Het is een fantastische verbeelding van de ongemakkelijke spagaat tussen beklemmende regelgeving en verbeeldingskracht. En vooral … het is precies die spanning waar Universiteiten wereldwijd nu mee worstelen.

Universiteiten, dat weet u, meten tegenwoordig zowat alles. We meten onderwijstijd en onderwijsefficiëntie; we meten onderwijsinnovaties en onderwijsbegeleiding. We meten wetenschapsoutput en wetenschapscommunicatie. We meten wetenschappelijke projectaanvragen. We meten publicaties en citaties; we meten impact. We meten dienstverlening, feedback, examensystemen, … werkelijk … we meten echt alles!
En als we niet aan het meten zijn, dan evalueren we. Evaluaties voor onderzoeks- en onderwijsrapporten, evaluaties van toetsingsbeleid en evaluaties van feedbacksystemen. Evaluaties van onderzoeksvoortgang en evaluaties van evaluaties. Dat zijn de beste.
En om al dat meten en evalueren in goede banen te leiden moet er, u kent u, vergaderd worden; véél vergaderd, om in die vergaderingen alles op te delen in nauwkeurig te meten tabellen.

Ik vertel u geen geheim als ik u zeg dat door deze ‘professionalisering’ (het woord dat doorgaans gebezigd wordt) in de afgelopen decennia een behoorlijke spanning is ontstaan, in het bijzonder onder jonge onderzoekers en docenten. Die spanning is overal voelbaar, ook in de Jonge Academie bijvoorbeeld, waar een keur van Vlaamse jonge wetenschappers regelmatig samenkomt. Wie een beetje de sociale en reguliere media volgt, zal bovendien merken dat er bijna dagelijks een lawine aan teksten verschijnt over de toekomst van universiteiten, de rol van medewerkers in die universiteiten, de verkettering van de humanities (die passen niet zo heel goed in het model), enzovoort, enzovoort.
In de beste analyses van de malaise – en die is echt wereldwijd – worden de symptomen uitgebreid gemeten en geëvalueerd – uiteraard – en worden oplossingen naar voor geschoven die die symptomen behandelen: aanpassingen aan reviewsystemen, andere publicatie- en onderwijsmodellen, nieuwe verdeelsleutels, et cetera et cetera.

Een visie voor de toekomst ligt volgens mij nochtans op een ander niveau. Ik denk dat universiteiten de gevangenismuren die ze hebben opgebouwd moeten durven slopen, om terug te komen op Fabres metafoor. Door al dat meten hebben we onderzoek en onderwijs in een bizar wedstrijdformat geduwd, mentale topsport waar alles en iedereen met elkaar vergeleken moeten worden als gaat het om winnaars en verliezers. Kwaliteit en kwantiteit zijn daarbij volledig losgekoppeld. In de kunstgeschiedenis hebben we dat al eerder gezien. ‘Academisch’ is er een scheldwoord geworden voor een kunst die verstikt is geraakt in de illusie dat alles in regeltjes te vatten is en juries en commissies kwaliteit kunnen meten.

U zal daarom van mij vandaag geen cijfers krijgen. Ik zal niet uitweiden over studentenaantallen of over publicatieoutput, over rankings of verdeelsleutels en al helemaal niet over toelatings- en oriënteringsproeven.
Wat ik jullie wil vertellen is iets over wetenschap, kunst en poëzie. Het wordt tijd dat wij, als universiteit, wetenschap terug zijn poëtische dimensie geven; dat we losbreken uit de cellen van vakgroepen en de gevangenismuren van faculteiten en dat we opnieuw wolken gaan meten, in de meest wonderlijke interdisciplinaire constellaties. Dat we opnieuw gaan dromen van waar het uiteindelijk om gaat: kennis en – liever nog – inzicht verwerven in die wonderlijke wereld waar we eventjes deel mogen van uitmaken, hoe melig dat ook mag klinken.

We meten alles! Maar … we zijn vergeten om de wolken te meten. We zijn vergeten om na te denken, laat staan te dromen over alles wat ongrijpbaar is, om risico’s te nemen in wat we doen, om tegen beter weten in het onmogelijke te willen begrijpen. De rigiditeit van structuren, versterkt door vaak onwetenschappelijke meet- en evaluatiesystemen, die zich op alle niveau’s meester hebben gemaakt van universiteiten, maken de essentie ervan kapot: de droom van kennis en inzicht. De creativiteit die ons daar brengt legt ze aan banden.

Bij het ontwikkelen van een toekomstvisie voor deze schitterende universiteit is het daarom belangrijk om ons af te vragen wat onze wetenschappelijke opleiding en ons wetenschappelijk onderzoek zo succesvol maakt. De stilaan onmeetbare stroom aan cijfers zullen het niet zijn. De kilometers archief met evaluatierapporten evenmin. Het zijn begeesterende mensen die – dat geef ik graag even mee – zich vaak geen bal aantrekken van zogeheten ‘peers’ of verstarrende regels, die onze universiteit, ons onderzoek en ons onderwijs een visie, een toekomst en een gezicht geven. We hebben een universiteit nodig waar de mensen die bereid zijn om de wolken te meten die vrijheid krijgen. Laat ze vrij, die jonge honden: los, wild, onberekenbaar en oncontroleerbaar. Creëer een universiteit waarin flexibiliteit en vertrouwen de maat zijn. Geef onderzoek en onderwijs zijn poëtische dimensie terug. Dat vergt moed, maar we zullen u niet teleurstellen.

9 reacties

  1. Zeer mooie speech!
    Eerst nog even enkele vergaderingen en rapporten afwerken, en dan begin ik mijn favoriete wolken te meten. Maar wacht eens even, was ik dat vorige maand ook al niet van plan?

  2. Koen, in één woord: bravo! Dappere, en zeer mooi geformuleerde openingslezing – de tekst heeft duidelijk een ziel en is voor het voordragen geschreven!
    En je hebt gelijk; het probleem is globaal – een zeer succesvolle collega in Karolinska Institutet vertrouwde me recent zuchtend toe: “We krijgen niet langer de tijd om te denken.” Dat is inderdaad een groot probleem, en eentje dat we inderdaad vandaag moeten beginnen aanpakken. Misschien door er alvast niet over te vergaderen ;).

  3. In Antwerpen staat hij te meten op De Singel en vorig jaar ontdekte ik hem ook op een flatgebouw aan het Stadspark. Sindsdien kijk ik iedere keer omhoog als ik er voorbij fiets. Nu weet ik dus waarom. Prachtige tekst, Koen!

  4. Toptekst Koen. Zeker binnen de top 5% van je leeftijdscohorte ☺ (sorry, kon ik niet laten liggen). Nee, serieus: ik volg je volledig. Toeval wil dat ik een stukje plan te schrijven op deze blog over hoe een herwaardering van de individuele bijdrage aan het wetenschappelijk proces (denken – doen – schijven) zou kunnen leiden tot meer adem(of denk-)ruimte en een gezonder systeem. Maar meer later dus…

  5. Zeer mooie tekst. Ik ga nu met een andere bril naar dat beeld kijken als ik er langs fiets.
    Ik deel je analyse dat we te veel meten, en te veel evalueren. Het is niet meer gezond, en soms wordt het echt absurd.
    MAAR zijn we, zoals je schrijft, echt vergeten na te denken, te dromen, risico’s te nemen, …?
    Ik ben niet zeker. Ik zie veel collega’s het toch doen, ondanks de regels en de vergaderingen. En als ik het op mezelf betrek: Zou ik het plots meer gaan ‘dromen’ als ze al die regels afschaffen? Zou ik andere dingen onderzoeken als ik morgen niet meer geëvalueerd wordt? Ik denk het niet, al ben ik niet helemaal zeker. Je tekst heeft me alvast aan het denken gezet … merci.

  6. Waren alle speeches maar zo inspirerend. Bedankt Koen!
    Bij de zin “Dat we opnieuw gaan dromen van waar het uiteindelijk om gaat: kennis en – liever nog – inzicht verwerven in die wonderlijke wereld waar we eventjes deel mogen van uitmaken.” zie ik het beeld van Hetty Helsmoortel op het podium van de Wetenschapsbattle, die haar onderzoek vol vuur voordraagt aan 120 lagereschoolkinderen tussen 6 en 12 jaar.
    Wat is er mooier dan de verwondering van de wetenschapper samen te brengen met de verwondering van een kind?
    Aan alle dromers of kandidaatdromers: schrijf je in voor de Wetenschapsbattle, een wedstrijd waar per provincie telkens 5 wetenschappers hun onderzoek presenteren aan kinderen op hun lagere school. Het zijn de kinderen die stemmen voor de beste presentatie.
    En aan alle ouders van kleine dromers: laat hun school zich inschrijven, nog tot 30 oktober.
    We bouwen niet alleen aan de dromers van vandaag, maar ook aan die van morgen.
    Alle info op http://wetenschapsbattle.be.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *