Doctoraatsstudent 2.0

Onderzoekers in Vlaanderen

(Figuur van ECOOM en de Vlaamse Overheid, http://www.ecoom.be/sites/ecoom.be/files/downloads/indicatorenboek2013.pdf)

We leiden aan onze universiteiten doctoraatsstudenten op; een heleboel doctoraatsstudenten (docs om het kort te houden). Er wordt zelfs beweerd (en niet alleen in eigen land, maar over zowat de hele wereld) dat het er wel eens té veel zouden zijn. Er komen dan typisch drie argumenten naar boven, die elk een zekere waarheid bevatten: (1) er zijn niet genoeg jobs in de louter academische wereld voor al die toekomstige doctors; (2) de begeleiding van de docs lijdt onder hun groeiende aantal – er zijn er te veel voor te weinig proffen; en (3) het gemiddelde niveau van een afgestudeerde doctor daalt, omdat het grote aanbod aan posities een rigoreuze selectie in de weg staat. Deze argumenten wil ik nu even ondersteboven draaien, en dat toepasselijk genoeg in omgekeerde volgorde.

Ik ben zelf niet overtuigd dat argument (3) echt steek houdt; ik vermoed immers dat er altijd al een bekwaamheidsspectrum is geweest wat docs betreft. Natuurlijk is het wel zo dat er, als er nu eenmaal méér docs zijn, er ook meer zullen zijn die wat minder ‘super’ zijn. Maar er zullen er evengoed meer zijn die net wél ‘super’ zijn. Er worden nu immers meer kansen aan mensen geboden, die nu dus ook door meer mensen uit onze brede talentenpool genomen worden.

Argument (2), de slabakkende begeleiding door de overbezette prof, is zeker een risico, aangezien er een duidelijke trend is in het cijfermateriaal (zie figuur) dat toont dat de duidelijke toename in het aantal docs scherp contrasteert met een ongeveer gelijk aantal proffen. Dit wil dus eenvoudigweg zeggen: meer docs per prof, en dus minder tijd voor die proffen om door te brengen met elke doc. Merk wel op dat er ook meer postdocs zijn, die uiteraard ook docs kunnen begeleiden. Tot zover de harde cijfers. Het lijkt me echter ook hier niet bepaald een louter negatieve zaak. Meer docs per prof wil zeggen dat er een grotere sociale structuur ontstaat in elk labo (versterkt door het grotere aantal postdocs). De docs kunnen elkaar dus veel meer helpen (ervaren rotten in het derde of vierde jaar van hun studie kunnen dan de jongere generatie in eerste of tweede jaar ondersteunen), en de docs leren ook om in een team te werken, om samen wat meer zelfstandigheid uit te bouwen, en om niet steeds aan de rokken van de prof te hangen. Misschien is wat minder handje vasthouden zelfs niet slecht voor mensen die we het hoogst bereikbare diploma aan onze universiteiten zullen verlenen.

Dat brengt me bij argument (1) , en daar denk ik dat er wel degelijk werk aan de winkel is. Er zijn immers echt niet genoeg academische carrierezitjes voor al die aanstormende docs. Op zich geen ramp, want we willen allemaal graag een kenniseconomie, die draait op hoogopgeleide knappe koppen. Maar dan moeten we onze docs natuurlijk ook opleiden op zo’n manier dat ze effectief kunnen meedraaien in die kenniseconomie. En daar nijpt nu net het schoentje – we leiden onze docs nog veel te veel op als pure onderzoekers, waarbij we bijna uitsluitend belang hechten aan zulke esoterische bekwaamheden als het schrijven van het juiste type publicatie (iets dat zelfs nogal van onderzoeksveld tot onderzoeksveld durft verschillen), het presenteren van wetenschappelijke resultaten (waar het veel te vaak misloopt, zelfs bij de proffen), en het doorwroeten van arcane literatuur in een zeer nauw vakgebied (wat meteen ook vaak wil zeggen dat de opgedane kennis niet direct inzetbaar is in het dagelijkse leven).

Opgelet, ik vind al die dingen zelf ook effectief belangrijk, en de onderliggende vaardigheden die hierbij ontwikkeld worden, zijn zeer nuttig in eender welke carriere. Maar het is vandaag de dag simpelweg niet meer genoeg! De opleiding van docs wijst rechtstreeks naar een academische carriere, en daarvan zijn er effectief te weinig. Dus moeten we onze opleiding van docs durven herbekijken en aanpassen naar de nieuwe realiteit van de loopbaan van een doctor. We moeten zorgen dat docs de nodige vaardigheden krijgen die in het bedrijfsleven gegeerd zijn, en die zijn zeker niet incompatibel met wat we nu doen met onze docs. Maar het vereist wel aktie!

Mijn concrete, radicale voorstel is dat we de doctoraatsopleiding onder de loupe nemen; dit is een instrument waarbij de docs een klein deeltje van hun tijd besteden om uiteindelijk een combinatie van gevolgde opleidingen en behaalde mijlpalen voor te kunnen leggen.

De opleidingen omvatten de klassieke hoorcolleges aan de universiteit, maar ook specialistische cursussen (dikwijls zeer academisch), en ‘transferable skills‘ (waarvoor ik niet meteen een goed Nederlands equivalent heb); onder andere: time management, leiderschap, communicatietechnieken, onderhandelingstechnieken, coaching technieken, enz.  Die transferable skills moeten we volgens mij de kern van dit segment van de doctoraatsopleiding maken. De nodige hoorcolleges en specialistische cursussen zullen de docs wel zelf volgen; ze hebben die immers nodig voor hun doctoraatswerk. Maar die transferable skills is wat hen aantrekkelijker maakt voor de bedrijfswereld! En de paar docs die in de academische wereld terechtkomen gaan die skills ook zeker nuttig kunnen gebruiken.

Ik durf zelfs stellen dat zo’n verplicht curriculum mag bepaald worden door de leiders uit de industrie. Op die manier weet de industrie wat ze aan een afgestudeerde doctor heeft, en heeft een doctor alvast een deel van de vaardigheden waarop die industrie zit te wachten. Ik wil zelfs met klem opperen om topmensen van de bedrijfswereld te vragen om zelf zo’n een seminarie te komen geven, om de link nog strakker aan te halen.

De mijlpalen omvatten publicaties en het bijwonen van wetenschappelijke congressen. Die publicaties  hebben de docs vaak toch al nodig om te doctoreren, en kunnen dus geschrapt worden. Het bijwonen van congressen mag blijven staan – dat gaat over communicatie en netwerk vorming, en dat is meteen zelf een transferable skill. Wat hier toegevoegd moet worden, is een mogelijkheid om een stage te lopen in een bedrijf naar keuze. Het lijkt me ideaal om eens een tijdje mee te kunnen draaien in een bedrijf gedurende een korte tijd (pakweg een tweetal weken tot twee maanden), om ook van dat leven te proeven, en om de mogelijkheden die daar bestaan te leren ontdekken en appreciëren.

Interessant genoeg vereist dit geen grote ommekeer, en is dit zelfs op redelijk korte termijn een haalbare kaart. Als je met de juiste mensen om de tafel zit, kan dit snel operationeel zijn. Dit eens temeer omdat deze dingen al her en der op kleinere schaal bestaan.

In full disclosure: ik heb zelf wat jaartjes in het bedrijfsleven meegedraaid voordat ik ben gaan doctoreren, zowat de helft van de 17 mensen in mijn huidige onderzoeksgroep hebben enkele jaren ervaring in het bedrijfsleven, en de helft van mijn afgestudeerde docs werkt in een bedrijf. Dus misschien ben ik wat biased. Maar toch: een doctoraatsstudent 2.0 lijkt me echt geen slecht idee.

16 reacties

  1. Ik ben het helemaal met je eens rond het slaan met de brug naar het bedrijfsleven. Dit is trouwens niet enkel voordelig voor de doc zelf, maar ook voor ons als prof, want je haalt tegelijk banden aan met potentiële onderzoekspartners uit het bedrijfsleven en doet aan kennistransfer.

    Ik probeer zulke “internships” dan ook voor een aantal van mijn studenten op te zetten, maar bots hier wel op 2 struikelblokken:

    1.) Verschillende doc financieringssystemen zijn niet erg compatiebel met een “internship” van 3 of 6 maanden. Idealiter wil je dat de doc deels vanuit het bedrijf betaald wordt (hij doet er werk), maar ook nog een stuk dor de unief (doc is namelijk ook nog student, en zou best verbonden blijven aan host instelling; ook beter qua verzekeringen en zo). Maar vele beurzen kan je niet zomaar stop zetten voor korte tijd, of omzetten in een tijdelijk deeltijds contract… Ik ben er hier nog niet uit wat de beste formule is.

    2.) In de VS is het doen van stages tijdens je PhD zeer gebruikelijk, en de grote bedrijven hebben hier jaarlijkse calls voor. Hier in Vlaanderen is het echter niet gebruikelijk, en kijken bedrijven soms raar op als je het idee oppert. Er is dus nog een mentaliteitswijziging nodig hier op het op grotere schaal te beginnen doen.

    • Bedankt Marian, en je voegt hele goeie punten toe! Het is zeker een win-win situatie (misschien zelfs win-win-win). Er moeten inderdaad wel nog wat logistiek/organistorische zaken veranderen, maar die lijken mij haalbare kaart. Kwestie van de juiste mensen rond de tafel te krijgen, denk ik dan!

  2. Nagels met koppen, Lennart. Als je terugkijkt naar 2007 toen aan de UGent de Doctoral Schools-trein vertrok, was er niets. Nu is het zeker nog niet perfect maar de mindswitch die er in 7 jaar is gegroeid – daar ben ik toch van onder de indruk. We gaan een goede richting uit – alleen misschien niet snel genoeg. En er zijn ook wat mensen in het station blijven staan.

    • Thanks Karen, en uiteraard kudos aan de voortgang die al geboekt is; er is immers al heel wat nuttigs dat aangeboden wordt vandaag de dag (zoals ik gelukkig ook erken ;)). Maar ik denk echt dat we nog verder moeten (durven) gaan hiermee, en dat lijkt me iets waar Jonge Academici mee aan de kar kunnen trekken.
      En nog van harte bedankt vor de figuur die boven het stukje staat, Karen! Dank zij jou wist ik dat die bestond ;).

  3. Uiteraard zijn transferable skills belangrijk. Maar zou niet elke afgestudeerde master (en misschien zelfs al bachelor) die reeds moeten hebben? Een doctoraatsopleiding zou deze moeten onderhouden (zodat de doctorandus niet al te zeer gaat vervreemden van de niet academische wereld).
    Als ik heel eerlijk ben vind ik een PhD schrijven (en de bijgaande opleiding volgen) toch voornamelijk iets onderzoeks-gerelateerd. Inderdaad, vele mensen met een PhD die ik ken of heb begeleid hebben nu een fantastische job in de industrie, maar toch steeds gerelateerd met wetenschappelijk onderzoek. Om een job te gaan doen die niks vandoen heeft met wetenschap denk ik niet dat een PhD nodig is.

    • Frederik, akkoord dat transferable skills beter vroeger beginnen, maar een PhD doen, is mijns inziens equivalent met een junior positie in een bedrijf (je wordt betaald, maar je bent nog volop in continue opleiding op velerlei manieren). Een afgestudeerde doctor zou moeten kunnen instappen in een bedrijf op middenkader niveau, waar de meeste mensen die transferable skills gedurende hun voorgaande paar jaar al op een hoger professioneel niveau behaald hebben. Dus een doctor moet zijn diploma waard zijn, en dan kom je met een klein beetje opleiding uit je Master niet meer toe, denk ik. En dat een PhD voornamelijk research georienteerd is, blijft uiteraard zo. Mijn voorgestelde wijzigingen behelsen immers 5 tot maximaal 10% van de volledige tijdsbesteding van een PhD student. En zoals ik in de tekst al aanhaalde, zijn de transferable skills vaak ook in pijnlijk short supply bij postdocs en ZAPpers, zodat je daar remediëringsopleidingen hebt nu. Dus je ziet zowel in de academische als in de bedrijfswereld dat de docs opnieuw bijgeschoold moeten worden. En da’s volgens mij echt een beetje triest.

  4. “En zoals ik in de tekst al aanhaalde, zijn de transferable skills vaak ook in pijnlijk short supply bij postdocs en ZAPpers, zodat je daar remediëringsopleidingen hebt nu”

    Volledig akkoord, maar het feit dat we moeten ‘remediëren’ geeft voor mij aan dat de opleidingen die ervoor komen tekort schieten. Misschien iets voor een ‘transferable skills in het leerplichtonderwijs’? :)

    Noot: er staat aan de UNamur een project in de steigers dat multigenerationele groepen studenten (van Bac1 tot Bac3) aan het werk moet zetten om in team een maatschappelijk relevant wetenschappelijk probleem op te lossen. Zulke initiatieven zijn er te weinig denk ik.

    • Frederik, zeker geen onlogische redenering, maar toch deze bedenking: misschien is er een ‘goed moment’ voor zulke training, als er een zekere mate van maturiteit is, en deze topics al door wat ervaring gekleurd kunnen worden? Maar kan ook zijn dat je er beter zo vroeg mogelijk mee begint.

  5. Helemaal mee eens Lennart. Ik denk dat we hier eigenlijk ook een link kunnen maken met een stukje dat eerder verscheen, nl over het nut van wetenschappelijk onderzoek. Het is niet omdat niet elk soort onderzoek een duidelijk aanwijsbare toepassing kan/hoeft te hebben, dat het geld van de belastingbetaler niet goed besteed is. Elk doctoraat zou in principe een goeie onderzoeker moeten opleveren, iemand die weet hoe je abstracte vragen aanpakt, hoe je nieuwe problemen aansnijdt, hoe je daar iets mee kan aanvangen en over kan communiceren. Een meerwaarde voor elk bedrijf (en/of universiteit).
    Ongeacht het soort onderzoek dat je doet of het succes waarmee je dat doet, kan je als promotor er altijd voor zorgen dat je op zijn minst goeie onderzoekers aflevert. En een degelijke doctoraatsopleiding hoort daar zeker ook bij (net zoals de juiste mentaliteit bij promotoren).

    PS: ik was al lang aan het denken om hierover zelf eens een blog stukje te schrijven, maar ja, dit is makkelijker :-)

    • Lies, bedankt voor het excellente punt dat je in jouw commentaar maakt: het afgeleverde product aan het einde van het doctoraat, is de doctor! De rest is ‘bijvangst’ :). En die doctor moet maatschappelijke meerwaarde hebben, ongeacht het domein waarin die doctor zich heeft bekwaamd.

  6. Klinkt allemaal mooi, maar natuurlijk is veel van het bovenstaande wel erg toepasselijk voor een doctoraat in de ‘harde’ wetenschappen. In veel van de humane wetenschappen worden veel van die verschillende ‘overdrachtelijke eigenschappen’ (ik weet het, een beetje een preutse vertaling van transferable skills), zoals schrijven voor een groot publiek, presentatievaardigheden, mondelinge rapportering, enzovoort standaard bij het leven als doctoraatsstudent. Zelfstandig publiceren (zonder je promotor) is in sommige van de humane wetenschappen (zeker de Letteren) eerder de regel dan de uitzondering, zelf projectaanvragen schrijven en congressen organiseren, begeleiding van studenten in hun masterscriptie, lesgeven, etc. is er bijna doordeweekse kost voor doctoraatsstudenten. Kortom, een doctoraatsopleiding is oké, maar dan a.u.b. geen standaardmodel voor de hele universiteit. Misschien kunnen de ‘harden’ nog iets leren van de ‘zachten’ :-)

    • Interessant, Jelle! Het lijkt wel alsof de doctoraatsstudenten (in de Letteren althans) de unief rechthouden! Iemand moet dringend eens nagaan wat de proffen daar dan allemaal doen ;). Maar uiteraard worden de docs in de beta en gamma ook ingezet voor practica, hebben ze ook verantwoordelijkheid t.o.v. masterstudenten, en we mogen hopen dat ze ook echt grotendeels zelf hun IWT voorstellen en hun papers schrijven! En ook al hebben de docs bij de Letteren mogelijks een grote voorsprong in zelfstandigheid en maturiteit bij het behalen van hun PhD, dan nog kunnen we ons afvragen of de bedrijven extra storm lopen om die doctors aan te werven. Komen veel van die docs terecht in (het hoger kader van) de grote bedrijven? Uit wat ik van de ECOOM cijfers heb gezien, valt dat nogal tegen. En dan zitten we mogelijks met het probleem dat die skills niet bekend zijn bij de potentiele werkgevers, en/of dat de werkgevers niet bekend zijn bij de docs. Of is het omdat de doctors niet willen werken in het bedrijfsleven? Ik weet het niet, maar ik denk dat er wel aan gewerkt moet kunnen worden! Tenzij er natuurlijk echt geen probleem zou zijn. Dan moeten we vooral overal afblijven ;).

      • Inderdaad, daar schuilt een deel van het probleem: velen uit de ‘buitenwereld’ denken dat doctors gebrainwashte nerds zijn met oogkleppen op, want ze beseffen niet hoe veelzijdig de vorming van doctors is. Ze promoveren als duizendpoten (enfin, tienpoten), maar worden buiten de universiteit doorgaans als vakidioten beschouwd. Meer training zou moeten gaan naar de manier waarop je de aangeleerde vaardigheden kan ‘valoriseren’, hoe je dus toekomstige werkgevers kan overtuigen van de meerwaarde van je diploma. Daar ligt dus ook een taak van de universiteiten als collectief: aantonen hoe waardevol een doctorstitel is.

        • Helemaal akkoord, Jelle. Vandaar ook (en dat had ik ook beter moeten verwoorden, denk ik) dat zeker de helft van mijn opzet tot doel heeft dat het bedrijfsleven de waarde van de docs beter kan inschatten. Door een curriculum met bedrijfsinput voor te stellen, is dat enerzijds impliciet, en door eventueel mensen uit het bedrijfsleven in te schakelen als lesgevers, en door stages, gaan de bedrijven (zeker de niet-traditioneel naar docs shoppende bedrijven) misschien ook beter appreciëren hoe breedinzetbaar en waardevol de docs eigenlijk wel niet zijn. Onbekend blijft immers onbemind.

  7. Een beetje late reactie, maar toch 😉

    Die zogenaamde transferable skills in de markt zetten als essentieel deel van een doctoraat lijkt me eerder een zwaktebod. Dergelijke skills doen mensen op in allerhande jobs na verloop van tijd en zijn niet uniek aan een doctoraat, en anderzijds is de essentie van een doctoraat niet het ontwikkelen van dergelijke skills, alhoewel ze wel een nuttig bijproduct kunnen vormen.

    We moeten eens stoppen met doctoraten te behandelen alsof het opleidingen zijn voor makke schapen en naïevelingen waar men voor de rest niets mee kan aanvangen. Het afronden van doctoraatswerk heeft inherent waarde (kritisch denken, kennis creëeren, innovatieve ideeën ontwikkelen, …) en daarmee moet een doctorandus zichzelf in de arbeidsmarkt zetten. Of je in de marge al dan niet leiderschap hebt ontwikkelt, kan coachen, vergaderingen kan leiden e.d. heeft meer te maken met persoonlijke karakteristieken en ontwikkeling van de persoon zelf dan wel als het (neven)resultaat van doctoraatswerk.

    Dergelijke discussies komen de laatste jaren wel meer boven drijven, en ik verbaas me er een beetje over. Het lijkt wel sinds we beginnen spreken zijn over doc-studenten en een doc-opleiding (ergens begin jaren 2000?) dat dat mensen in een bepaald mentaal keurslijf duwt, waarin ze zichzelf beginnen beschouwen als iemand die eigenlijk niets kan en moet opgeleid worden om nog iets te kunnen betekenen. Maar doctorandi hebben toch masterdiploma’s, waarmee het gros van de mensen wel gewoon aan de slag gaan in het bedrijfsleven!

    De harde waarheid is natuurlijk ook dat geen twee doctoraten hetzelfde zijn. Het maakt een groot verschil voor de aard van het doctoraatswerk of je in een kleine onderzoeksgroep zit, ofwel in een mega-lab waar je bijna letterlijk een nummertje bent. Overgiet dit verder met discipline-specifieke gewoontes en geplogendheden, en je krijgt een lappendeken van manieren op dewelke doctoraatswerk concreet wordt ingevuld.

    Uiteindelijk is elke doctorandus mee verantwoordelijk voor zijn of haar eigen loopbaan. Neem het heft in eigen handen. Zoek opportuniteiten die aansluiten bij je interesses. Spreek erover met je promotor. En hou steeds voor ogen wat je na je doctoraat wil aanvangen!

    • Een nog later antwoord op een late reactie; moet kunnen :D.

      Dat het een zwaktebod betreft, lijkt me toch een beetje een overstatement. De realiteit is ecter dat het bedrijfsleven grotendeels argwanender naar een Doc kijkt dan naar een Master diploma houder. Dit omdat men onvoldoende vertrouwd is met wat die Docs nu eigenlijk doen. Daarom het belang om wat zaken aan te kunnen halen die vertrouwd klinken in bedrijfsoren (draak van een woord :)). En als we Docs die taal leren, kunnen ze meteen beter hun eigen ervaring correct en verstaanbaar overbrengen in een bedrijfscontext. Daar kunnen we mijns inziens niets mee verliezen. Ook omgekeerd echter, lijkt me de toenaderingsdrempel wat hoog. Bitter weinig Docs hebben een voorstelling (laat staan een juiste voostelling) van hoe het leven in de bedrijfswereld er aan toe gaat (het is niet overal ‘the Wolf of Wall Street’ ;)). Door Docs de kans te geven met mensen en disciplines (en hopelijk zelfs stages) uit/in het bedrijfsleven in contact te komen, kan die drempel vanuit de Docs ook sterk verlaagd worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *