Wat doet dienen Indiër hier?

‘Wat doet dienen Indiër hier?’, was mijn flauw grapje toen ik afgelopen vrijdag de man met tulband in het Academiegebouw te Brussel zag. Er vond namelijk vorige week een bijeenkomst van de Europese Jonge Academies plaats, met de bedoeling de samenwerking te verbeteren over de Europese grenzen heen. Maar India ligt toch niet in Europa, dacht ik, dus die man hoorde daar op het eerste gezicht niet thuis.

WatDoetDienIndierHier

Maar snel diende ik die mening te herzien, want de persoon in kwestie bleek een afgevaardigde van de ‘Young Academy of Scotland’ te zijn. Met name is hij de stichter van ‘Power of Youth’, een organisatie die onder meer Schotse bedrijven adviseert om in de ‘sociale economie’ en in jonge wetenschappers te investeren. Dus vanuit dat oogpunt was ik fout, want hij voldeed aan alle kenmerken om op de Brusselse vergadering aanwezig te zijn: lid van een Europese jonge academie, en begaan met het lot van jonge wetenschappers. Bovendien informeerde hij ons graag – in een sappig Schots accent – over de kunst van het whiskydrinken…

tulband

Maar fout was mijn reactie bovenal vanuit ethisch oogpunt. Ik beschouwde de man als een niet-Europese wetenschapper want zijn klederdracht oogde niet Europees, en evenmin is hij blank. En laat dat nu juist de kenmerken zijn van alle andere jonge wetenschappers die in Brussel present tekenden: de Scandinavische, Duitse, en Poolse wetenschappers, onze noorderburen, en ook de andere Schotse vertegenwoordigers waren zoals zowat alle leden van onze eigen Jonge Academie (noord-)westers gekleed, en vooral… blank. Eigenlijk zijn wij een bleke organisatie. Maar op papier doen we ons best hoor! Diversiteit is een heilig selectiecriterium om tot onze JA toe te treden: geen discriminatie qua geslacht, alle disciplines zijn gelijkwaardig, geen enkele universiteit sluiten we uit. Dissonante meningen moedigen we aan. Wie als wetenschapper buiten de lijntjes kleurt, politiek rechts en links, en alles ertussen… Voel je alsjeblief welkom bij de JA. Meer nog, we verbroederden afgelopen week zelfs met alle Europese collega’s om voor het eerst een ‘Network of the European Young Academies’ op te richten. Dit op enkele honderden meters van het gebouw waar Marx en Engels hun communistisch manifest schreven. Mooi! Academici aller landen, verenigt u!

marx

Aller landen? In de praktijk vooral Noord-West-Europese dus. In Zuid-Europa zijn er geen verenigingen van Jonge Academici, dus hen kunnen we niet uitnodigen. Maar ja, wie zijn wij om ons met de oprichting van dergelijke organisaties in andere landen in te laten? Het kolonialisme ligt gelukkig ver achter ons; in Zuid-Europa, en zeker nog veel zuidelijker heeft bemoeizucht uit het noorden steeds vaker een averechts effect. Toch zullen we hen aanmoedigen, volgende week, op een vergadering van de Global Young Academy in Stockholm. Pakistanis, Kenianen, Paraguayanen en anderen steken we er een hart onder de riem om zich als jonge wetenschapper te roeren. Zonder dwang natuurlijk, maar als adviseur indien gewenst. We zijn goed bezig!gya

Of niet? Misschien is het goed ook eens in eigen land te kijken of we met onze Jonge Academie wel iedereen bereiken… Want naar leden van een andere dan Vlaamse afkomst is het in ons ledenbestand toch even zoeken. Het is uiteraard een ‘Vlaams probleem': aan onze universiteiten zijn er weliswaar veel postdoctorale medewerkers van een andere afkomst, en ook doctorandi worden gretig elders gerekruteerd, maar van een verregaande integratie is weinig sprake. Het resultaat lijkt op de genderproblematiek: veel jonge vrouwen starten een wetenschappelijke carrière, maar hun aandeel dunt uit als je hoger in het echelon komt. De flessenhals voor migranten en kleurlingen is nog groter. We reizen als wetenschapper de wereld rond. We roepen allemaal luid dat migranten alle kansen moeten krijgen, dat figuren als Viktor Orban niet in Europa (lees: NW-Europa) thuis horen, en we veroordelen streng vooroordelen. Wat zijn we ruwe bolsters als we uitspraken horen die naar racisme neigen. Maar als JA hebben we een wel erg blanke pit…

pit

Heeft een kastanje eigenlijk een blanke pit?

Eén reactie

  1. Heel mooi stukje, Jelle. Ik maakte me dezelfde bedenking over de Indiër in kwestie, en ook over mijn eigen bedenking.

    Hier in Vlaanderen kunnen we twee soorten niet-blanken tegenkomen: buitenlanders die naar hier komen voor een academische positie, en autochtone niet-blanken. Voor die eersten is er een grote taalbarrière in het Nederlandstalige clubje dat we toch zijn. Iets anders is de vraag hoe het komt dat onze autochtone niet-blanken niet in de academische wereld verzeilen.

    Ik denk dat ze al ondervertegenwoordigd zijn op het moment dat ze hoger onderwijs moeten aanvatten (en misschien begint het zelfs nog vroeger). Volgens mij is dit vele malen erger dan een glazen plafond. Het lijkt erop alsof die jongeren ook zelf geloven dat hoger onderwijs niets voor hen is. Organisaties zoals http://toekomstatelierdelavenir.be doen daar uitstekend werk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *