Al die willen di Caprio varen

 

Te lang moeten wachten op een beloning is ongezond. Beloning geeft vertrouwen, maakt de geest vrij, en stimuleert zo creativiteit. Zo vertellen me velen en zo voel ik het ook zelf aan. Indien alleen dit effect speelt, leidt (meer) wetenschappers (meer) belonen (meer beurzen; meer projecten; meer prijzen etc) tot een grotere/betere totale wetenschappelijke ‘opbrengst’. Zo eenvoudig is het uiteraard niet: er zijn allicht vele andere manieren waarop min of meer selectieve beloning de ‘opbrengst’ kan beïnvloeden (denk samenwerking tussen labo’s, efficiëntie, etc). Complexe zaak dus. Problematische zaak ook, want we moeten schaarse middelen zo goed mogelijk verdelen en uiteindelijk er zo veel mogelijk kennis aan overhouden. Wat ‘goed’ en ‘kennis’ en ‘veel’ betekenen laat ik aan anderen over.

Gelukkig zijn er simulatiemodellen! Volgens google zijn er bijvoorbeeld modellen om onderzoeksfinanciering en gender balans issues te modelleren. Wat die modellen doen lijkt, na een heel oppervlakkige eerste lezing, heel nuttig. Ze ordenen gedachten en stimuleren reflectie over de meta-aspecten van het wetenschapsbedrijf. Uiteraard hebben ze vele beperkingen en ik wil wiskundig modelleren hier zeker niet voorstellen als een wondermiddel. Ik vind enkel dat dergelijke hulpmiddelen (en de ontwikkelaars) nuttige input zouden kunnen geven in wetenschapsbeleid, als één instrument naast vele anderen. Voor zover ik weet gebeurt dat vandaag niet. Ik vraag me af waarom. Het lijkt gek dat bij uitstek wetenschapsbeleid geen of weinig gebruik maakt van wetenschappelijke methodes. Zijn er landen waar dit vaker gebeurt? Of zie ik wat over het hoofd? Of vinden jullie dit helemaal geen goed idee? Feedback welkom!

2 reacties

  1. Frederik, verdorie, aan die twee zeer interessante papers gaat me meteen weer een avond verloren zijn! ‘t Zal alleen niet meer deze week zijn, want elk uur van elke dag in deze week zit al volgeboekt met werk. Zulke interessante materie zou echt verboden moeten worden! 😉
    Heel erg goed punt dat wetenschappers zeer slecht aan meta-wetenschap kunnen doen; ttz.: het toepassen van wetenschappelijke principes op hun bezigheid. Dat is me ook al vaak zeer raadselachtig overgekomen, maar ik heb bij mezelf recent ook wel iets dergelijks meegemaakt. Het betrof een docententraining aan de UGent, waarbij wetenschappelijk bewijs werd aangevoerd ter ondersteuning van een bepaald didactisch principe waa rik niet achter stond. En meteen werd ik slachtoffer van de standaardreflex op cognitieve dissonantie: ik weigerde het te geloven. Gelukkig zijn al die jaren opleiding tot wetenschapper toch nog ergens goed voor geweest, en heb ik in het daaropvolgende uur toch ingezien dat ik maar beter van gedacht kon veranderen, in light of the evidence. Maar misschien dat daar dus het probleem zit – we zijn al zoveel wetenschappelijk bezig, moeten al zo vaak van idee veranderen, dat we het niet meer kunnen opbrengen om onze activiteiten ook op deze manier te benaderen? Science fatigue, zou ik dat dan noemen.
    Maar dus die twee papers – ik ga er wat aan doen, aan mijn persoonlijke science fatigue! The only cure for too much science, is more science!

  2. Interessant topic zoals gewoonlijk Frederik! Hier nog een voorbeeldje van een voorstel voor een alternatieve verdeling van financiering gebaseerd op een wiskundig model: vision.soic.indiana.edu/papers/fundrank2014embo.pdf. Het heeft in de States een beetje aandacht gekregen bij de release van de paper maar veel meer dan dat voorlopig ook niet. Voor de auteurs van een het leuke oefening (of zo verkopen ze het toch wanneer ze het presenteren :-)) en nuttig omdat dergelijke extremere posities altijd handig zijn om het debat aan te zwengelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *