Hoera voor de TT-criteria!

Weinig dingen zijn onder jonge academici zo gecontesteerd als de fameuze lijstjes met ‘tenure-track’-criteria. Even kort de context schetsen voor mensen die hier niet vertrouwd mee zijn.  Een typische academische carrière volgt een vrij vast patroon. Na je studies behaal je in vier of vijf jaar een doctoraat.  Daarna spendeer je een behoorlijke tijd als ‘postdoc’, een statuut waarin veel onderzoekers een vijftal jaar blijven hangen in een aaneenschakeling van korte-termijncontracten. In die periode zetten veel postdocs alles op alles om toch maar één van de felbegeerde (maar relatief zeldzame) vaste posities in de wacht te slepen. En nu komt het: als dat dan na veel moeite uiteindelijk lukt, is je eerste aanstelling ook maar tijdelijk voor vijf jaar. De echte vaste benoeming wordt na vijf jaar bekeken, op basis van een lijstje met ‘criteria’. Dat heet ‘tenure-track’ (TT): de vaste benoeming heet ‘tenure’, en de ‘track’ duidt aan dat je naar die ‘tenure’ op weg bent.

Maar daar wringt het wat, blijkbaar, want onder ‘tenure-trackers’ wordt veel en vaak geklaagd over die lijstjes. Ze bevatten heel heldere en duidelijke doelstellingen, de TT-criteria. Voor onderzoek zijn dat dan aantallen papers per jaar, het binnenhalen van projecten (op sommige plaatsen zelfs met vereiste bedragen), aantallen doctorandi, enzovoort, enzoverder. Cijfertjes dus, getallen die moeten uitdrukken hoe goed mensen presteren. En dat blijkt lastig te zijn, voor iedereen. Voor de ‘tenure-tracker’, want die komt uit de postdoc-fase, en daarin was het doel ‘zo veel mogelijk’ (en dan eigenlijk vooral papers). Dat wordt nu ‘minimum zoveel’, en in een hele reeks verschillende richtingen. Maar ook voor universiteitsbesturen lijkt me dit systeem niet evident, want: waar leg je de lat precies? Wat betekent ze? En hoe gebruik je ze op het einde om mensen te evalueren?

Laten we eens met de kant van de universiteit beginnen. Om te beginnen heeft die al een groot aantal professoren in dienst, en we zullen voor het gemak aannemen dat ze over die mensen tevreden is. Als de criteria voor nieuwe tenure-trackers strenger zouden zijn dan wat die mensen gemiddeld presteren, klopt er iets niet. Maar zelfs als je de gemiddelde historische prestaties aan nieuwe mensen oplegt, is er een probleem: ongeveer de helft van de vastbenoemde professoren zit daar namelijk al onder. (Dat is – pathologische situaties uitgezonderd – een typisch kenmerk van een gemiddelde). En je mag van nieuwe leden aannemen dat ze wat tijd nodig hebben om ze in te werken, dus een prestatie ‘onder het gemiddelde’ hoeft initieel niet zo veel te betekenen.  Aan de andere kant moet je de lat ook niet op de grond leggen. Een moeilijk probleem, dus.  Daar komt nog eens bij dat de universiteit tijdens de evaluatieperiode (die vijf jaar duurt) volop investeert in de tenure-tracker (of dat toch zou moeten doen). Die investering gooi je alleen weg als het echt moet, toch?

Aan de andere kant is er de tenure-tracker zelf. Als ik voor mezelf spreek, vond ik het hebben van zo’n lijstje wel interessant. Niet om er continu mijn vooruitgang in af te meten. (Ik heb het papier tijdens die vijf jaar amper bekeken, en op een bepaald moment wist ik zelfs niet meer precies wat er op stond.) Wel omdat een ambt als professor toch iets heel anders is dan een postdoc: je krijgt meer verschillende taken, moet een groep uitbouwen, en het kan soms moeilijk zijn om uit te maken waar je tijd prioritair naartoe moet. Een papiertje waar op staat wat anderen typisch realiseren, helpt dan.  Hoera dus, voor de TT-criteria!

Toch blijft het voor de meesten onder ons belangrijk om ‘academisch ongehoorzaam’ te zijn. Ik kan me niet voorstellen dat de universiteit gebaat is bij mensen die braafjes de begane paden volgen. En als je bedenkt wat voor een pad vol onzekerheid iedereen gevolgd heeft om professor te worden, moet het uitzicht op ‘academische vrijheid’ toch één van de grote motivaties zijn geweest. Dat de TT-criteria voor velen aanvoelen als een keurslijf, bewijst een recente petitie die in Nederland is gestart. In die petitie wordt gevraagd om de TT-periode met één jaar te kunnen verlengen indien je in die periode ouder bent geworden. (In de betekenis van ‘een kind krijgen’, uiteraard. Iedereen wordt ouder in de andere betekenis.) Lees: in die periode ben je als tenure-tracker minder productief en dat komt je ‘lijstje’ niet ten goede.  Hoewel ik de vraag volkomen begrijp, vind ik dat dit soort petities vooral het gebruik legitimeren van TT-criteria als een afvinklijstje. Eigenlijk zegt zo’n petitie: “We merken dat die lijstjes bestaan en voor absoluut aanzien worden. We geven het op om daar nog tegen in te gaan, maar geef ons gewoon wat extra tijd als we daar een reden voor hebben.” Nee! Dat is net wat we niét moeten hebben: in plaats van wat tijd, zou er beter wat meer mildheid zijn. Niet de rigide lat laten liggen en sommigen een langere aanloop gunnen, maar de lat zélf flexibel maken!

Zelfs indien we de hele evaluatie kwantitatief willen houden, zijn er betere oplossingen dan een lijstje afvinken. We zouden wat geavanceerdere wiskunde kunnen gebruiken, bijvoorbeeld. Data-mining technieken die elk aspect van het academische leven in getallen gieten en dan voor de nieuwe tenure-tracker zoeken of die ‘in het normale gebied zit’. Een beetje zoals fraude met kredietkaarten gedetecteerd wordt door voor elke transactie na te gaan of ze in de buurt zit van een grote groep ‘geverifieerd legitieme transacties’. Maar waarschijnlijk is het beter om gewoon vaak genoeg feedback te krijgen op je presteren. In mijn ideale wereld blijven de criteria bestaan, maar ze heten ‘richtgetallen’ of ‘gemiddeldes’. Daar staat dan bijvoorbeeld: “Gemiddeld heeft een professor in uw faculteit vier doctoraten lopen op drie projecten”. Maar ook: “De gemiddelde professor heeft zeven aanvragen geschreven per toegekend project.” Elk jaar heb je dan een gesprek met je departementsvoorzitter en decaan, waarin je activiteit van dat jaar wordt bekeken in het licht van die gemiddeldes.  Na vijf jaar word je dan geëvalueerd op basis van de verslagen van die jaarlijkse ontmoetingen. Dat geeft meer vrijheid om ‘redelijke inspanningen’ te belonen, in plaats van enkel resultaten. Maar het vraagt tijd, en dan kunnen tabellen een verleidelijk simpel substituut zijn…

2 reacties

  1. Eigenlijk zouden er helemaal geen TT criteria moeten zijn. Eens iemand is aangesteld als docent (en dat proces mag best selectief en streng zijn), moet je die persoon gewoon het vertrouwen geven dat hij de volgende 30 jaar zijn of haar job goed zal doen en naar eer en geweten zal invullen. Immers, je hebt toch iemand geselecteerd omdat je denkt dat hij goed zal zijn? Niet om hem of haar na 5 jaar af te schieten? Vertrouwen hebben is het sleutelwoord.

    “Jamaar, er zullen dan mensen de kantjes aflopen!” is het vaak gehoorde wederwoord. Is dat zo? Ik geloof dat niet – of toch niet in die mate dat het effectief een probleem is voor het goed functioneren van de universiteit. En indien het wel zo zou zijn, is het zeker niet gelimiteerd tot de TT periode. Want de 30 jaar nadien lijken me de mogelijkheden om er “de kantjes af te lopen” veel groter dan die eerste 5 jaar, al was het maar dat dat fenomeen vermoedelijk uniform gespreid is in de tijd. En het aanspreken van kantjeslopers op hun beroepsernst is een probleem dat elke organisatie heeft.

    Kortom, geef mensen het vertrouwen dat ze verdienen, en laat hen zelf beslissen op welke manier ze best kunnen bijdragen tot hun opleiding, onderzoekseenheid, faculteit, … of dat nu op onderwijs, onderzoek, of wat dan ook is.

  2. I guess we agree: we studied, we did a PhD and we passed (several) post-doc passages so it should be enough to “prove” that we are able to do our job right !?
    No TT criteria but a stricter selection procedure and quick decision for a permanent academic position stands very high on my X-mas list.
    But it’s not X-mas and the trend unfortunately goes towards adapting the American TT system.
    In the Netherlands it happened ca. 5 years ago and Germany and other countries are following. (Apart the little fact the American system and Germany for example have different regulations for maternity/parental leave during the TT.)
    So what do we do now?
    We have two possibilities. We can reverse the trend or we try to influence the TT regulations at an relatively “early” stage where they are still relatively flexible. Of course the long time goal is option 1! The short time goal for damage control is option 2 though.
    Protect young scientist and do not let them choose between entering an academic career and family!
    We see every day young scientists at a crossroad deciding against entering the TT system because of the little protection and regulations in the TT contracts. Often they decide to go to another country or go to industry.
    We want diversity?
    Sure, but we need to create the necessary infrastructure and flexibility for diversity to work.
    Please help us to do some damage control and support our petition!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *